• banner1

Adventsparels

Advent is wachten, of beter verwachten. Wachten is te passief voor wat we als gelovigen doen de komende weken. Laat ons passioneel de komst van Christus verwachten. Een passie die te vinden is in de poëzie van de profeet die onze verwachting begeleidt tijdens de zondagen van de Advent.

Een helder licht, diepe vreugde, een kind, vredevorst. Dat is onze uitkomst en toekomst, Kerst.

En je moet, gelovig of niet, al heel gezond, evenwichtig en zelfvoldaan zijn om die vrede en vreugde niet te verwachten.

Een belofte die op zoveel verschillende manieren, in psalmen en profeten, met poëzie en verhalen de Bijbelse boodschap op adem brengt - van zucht en klacht naar lofzang en lied - die haar tot blijde boodschap, Evangelie maakt. Laat ons deze weken de Bijbel spellen, zo dat hoop ons hart verwarmt, geloof ons op weg zet en liefde ons laat stralen van het licht van Kerst.

De woorden die we lezen komen telkens uit één van de grote profeten uit het Eerste Testament, Jesaja.

Mocht de Bijbel een symfonie zijn, dan is het boek Jesaja een thema dat telkens herhaald wordt wanneer het Tweede of Nieuwe Testament wordt gespeeld.

Mocht de Bijbel een parelsnoer zijn, dan zijn de teksten uit Jesaja de grote witte parels die tussen de kralen van het Evangelie zitten. Die houd je eerst in het licht voor je verder leest.

Zonder de Jesajaparels is het Evangelie niet te begrijpen. Ze kleuren onze verwachting, geven licht aan onze hoop.

parel in dubbele schelp (bron: TheLibertyBlog.org)

Vier teksten als Adventsparels rijgen we aan het snoer van onze samenkomsten.

De eerste parel: U komt ieder tegemoet die van harte rechtvaardig handelt, die uw weg gaat, met u voor ogen.

De tweede parel: Troost, troost mijn volk, zegt jullie God. Hoor, een stem roept: baan voor de Heer een weg door de woestijn.

De derde parel: Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

De vierde parel: Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht. Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven.

God komt ons tegemoet met woorden van troost, toont ons een weg vanuit de woestijn naar een nieuwe aarde, van duisternis naar licht, want een kind is ons geboren.

Adventsparels, niet toevallig alle vier geschreven als poëzie; teksten die je zingt en luidop leest op het ritme van onze verwachting.

Poëzie zegt met woorden wat muziek doet met klanken. Het verdicht het onzegbare met een passie die de mens zichzelf doet overstijgen.

Ik wens jullie een gezegende en inspirerende Advent toe.

Ds. E. Delen

De Ring, december 2017.

Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij

Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij... (Galaten 2:20)

Dit vers letterlijk vertaald of weergegeven, klinkt zo:

Ik leef, maar niet meer ik, leven doet Hij in mij, Christus.

Let even op het tweede deel na de komma waar ‘mij’ in de zin omgeven wordt door het woord voor ‘leven’ en ‘Christus’, waarbij dus ook in de volgorde van de woorden duidelijk wordt wat de betekenis van de zin is. Dit even terzijde. Trouwens, beide zinsgedeelten beginnen met hetzelfde woord ‘leven’. Of hoe de poëzie van Paulus ons kan inspireren bij onze zoektocht naar identiteit.

Wat is mijn identiteit? Man, vrouw, Belg, Vlaming, Afrikaan of Europeaan...? We lijken met z’n allen op zoek te zijn naar onze identiteit. Wie ben ik? En als we dan het antwoord op deze vraag gevonden hebben, willen we bevestiging, erkenning. Dit is mijn identiteit, van niemand anders. Daarover kan dan ook geen gedachtewisseling of discussie bestaan, want de enige die dit kan zeggen, ben je zelf. Je zoekt naar bondgenoten die je identiteit delen en vraagt, of eist van de samenleving dat ze jullie bijzondere identiteit erkennen in haar uniciteit. Je bent samen uniek.

Wat mij opvalt is dat een levensbeschouwing meer dan eens ook als een identiteit wordt beschouwd. Maar dat is ze niet. Ik ben christen of ik ben moslim, of... Het is natuurlijk niet toevallig dat we vandaag levensbeschouwingen zien als een onderdeel van onze identiteit. In een geseculariseerde samenleving horen we dagelijks dat ze behoren tot de persoonlijke levenssfeer. Het probleem is dat identiteiten erkenning willen en moeite hebben met een dialoog over iets dat als bijzonder persoonlijk wordt ervaren.

Deze maand vieren we het hoogtepunt van 500 jaar protestantse kerk, om het nu even zo ruim te benoemen. En dan zouden we aandacht kunnen vragen voor het unieke van onze protestantse identiteit. Het lijkt me goed dat we dat niet hebben gedaan. Het christendom is geen identiteit. Het is een overtuiging die gebaseerd is op het geloof dat Christus’ boodschap universeel is en het persoonlijke, en dus onze identiteit, overstijgt.

Christus gaat de grenzen van je ‘ik’ over en daagt jou uit om telkens je eigen grenzen in vraag te stellen en te verleggen met een open blik op de ander en de Ander.

Oktober 2017.

Galaten 2 20a