• banner1

Voor een tijd een plek voor God

De meeste wettelijke feestdagen in België zijn gebaseerd op de grote feesten van de kalender van de christelijke kerk. Het voordeel daarvan is dat ze vaak op een vaste dag in de week vallen en niet op een specifieke datum. Maar het blijft opmerkelijk dat de Hemelvaartsdag ook voor de meeste gelovigen niet veel méér is dan de start van een verlengd weekend. In de meeste protestantse gemeenten wordt er geen kerkdienst gehouden op deze dag. Alsof we er een beetje mee in onze maag zitten.

Dat zou natuurlijk kunnen komen, omdat het bijbelse getuigenis over dit feest maar heel beperkt is. Kijk het maar eens na: in de meeste evangeliën komt de Hemelvaart überhaupt niet voor. Bij Matteüs vinden we wel het zendingsbevel aan het eind van het evangelie, als Jezus afscheid neemt van zijn leerlingen, maar er wordt niet vermeld waar Hij blijft - al vult natuurlijk de geoefende bijbellezer de gegevens uit andere bronnen hierbij aan en veronderstelt als vanzelfsprekend dat de evangelist het over de Hemelvaart moet hebben. Marcus noemt de Hemelvaart alleen in het tweede slot, dat door de meeste bijbelgeleerden als een latere toevoeging wordt beschouwd, Johannes zwijgt er in alle talen over. En zo blijft alleen Lucas nog over.

Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem. Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed.’ | Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen. Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel. Ze brachten hem hulde en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem, waar ze voortdurend in de tempel waren en God loofden. - Lucas 24:46-53

Lucas vertelt ons inderdaad in enkele verzen over de Hemelvaart, maar lijkt de hele episode op de avond van de eerste Paasdag te situeren. Onze gewoonte om de Hemelvaart 40 dagen na Pasen te vieren komt dan ook niet uit de evangeliën, maar uit de Handelingen van de apostelen, het tweede boek van Lucas, dat enkele extra details over dit gebeuren overlevert.

Toch is het waarschijnlijk niet de wat wankele bijbelse basis voor dit feest, op de donderdag 10 dagen vóór Pinksteren, dat ons tegenhoudt om het uitbundig te vieren. Want het ligt voor de hand om te vragen wát we hier eigenlijk te vieren hebben. Met Goede Vrijdag hebben de leerlingen van Jezus de grootste teleurstelling van hun leven beleefd. Hun leermeester, degene van wie zij vast geloofden dat Hij de Messias was die Gods beloften aan Israël zou vervullen, was ter dood gebracht. En daarmee was hun mooie droom over, alles leek voorgoed voorbij. Totdat de eerste Paasdag aanbrak en het graf leeg bleek te zijn. Een aantal keren ontmoeten ze de Heer, zodat ze het durven te geloven dat Hij is opgestaan en dat toch alles goed zal komen. Ja, en dan komt die Hemelvaart, die hen toch weer op zichzelf terugwerpt. Hij die heeft beloofd om hen niet als wezen achter te laten, verlaat de aarde. En daar staan ze dan, zonder meester, alleen. Dat is toch niet iets om te gaan vieren?! Dat ze voor de tweede keer in korte tijd van hun meester gescheiden zijn?! Waar was dat nu eigenlijk goed voor?

Een collega haalde ooit als antwoord een citaat uit de brief aan de Hebreeën aan, waar staat dat Christus het hemels heiligdom is binnengegaan om voor ons verlossing te verwerven (Hebreeën 9:12). Maar ik heb altijd geloofd dat Zijn sterven op Golgota daarvoor toereikend was, een offer dat geen enkele aanvulling meer nodig had. En de Apostolische geloofsbelijdenis brengt de Hemelvaart in verband met de plek aan Gods rechterhand die Jezus nu bekleedt om straks terug te keren voor het laatste oordeel. Ja, die plek aan Gods rechterhand, de ereplaats die aan de troonopvolger toekomt. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen, en het ligt ook typisch in de lijn van de theologie van Lucas dat bij God alle aardse hiërarchieën eenvoudigweg worden omgekeerd, de minste komt op de troon, de meest verachte krijgt de hoogste eer. Maar een troonopvolger, iemand die na de dood of de troonsafstand van God Zijn plaats inneemt, daar kan ik me in dit geval niet veel bij voorstellen. Dat is iets anders natuurlijk als het gaat om de wederkomst die het herstel van Gods orde op aarde inluidt, Zijn koninkrijk van recht en vrede. Ook al blijft dan de vraag onbeantwoord waarom dat dan niet direct kon gebeuren, waarom eerst weggaan om daarna nog eens terug te moeten komen? Ik heb bovendien de indruk dat dit hele idee van die wederkomst bij velen ook niet bepaald populair is, omdat daar de gedachte van het oordeel aan vast zit. En wij zijn verleerd om dat te zien in het licht van het herstel van Gods orde, waarbij de mensen op de plek terechtkomen waar ze thuishoren, in plaats van de plek die ze zich toegeëigend hebben. Waar die hele gedachte voor de eerste christenen een bron van troost en blijde verwachting was, is het nu eigenlijk eerder iets om angst voor te hebben, omdat dan alles uitkomt waar iedereen in tekort is geschoten en bovendien een lelijke streep door al de mooie plannetjes voor onszelf.

Blijft de vraag wat dan toch de reden is om Hemelvaart op de kerkelijke feestkalender te zetten. En voordat we besluiten om de klok maar gewoon terug te draaien en een andere feestdag op de lijst van wettelijke feestdagen op te nemen - het Suikerfeest misschien, om te laten zien dat België een multireligieus land is geworden? - wil ik er even met u bij stilstaan hoe het gegaan zou kunnen zijn als er geen Hemelvaart was geweest, als Jezus voor altijd bij zijn leerlingen zou zijn gebleven. Ik denk dat er dan van het christendom niet veel terecht zou zijn gekomen. De rabbi zou zijn volgelingen zijn blijven onderwijzen en zij zouden gretig zijn woorden in zich hebben opgenomen. Maar daar was het bij gebleven. Door het afscheid hebben de discipelen zich gedwongen gezien om een volgende stap te zetten. Om de positie van het leerling-zijn te verlaten en zelf getuigen te worden, de boodschap van Jezus in hun eigen woorden en daden de wereld in te dragen. Want het gaat tenslotte om de aarde bij alles wat er in de evangeliën geschreven staat. Het gaat erom dat de menselijke samenleving weer naar Gods model wordt vormgegeven, met gerechtigheid en onderlinge liefde als maatstaf voor alles. Daarvoor is het nodig dat we op eigen benen kunnen staan, eigen beslissingen kunnen nemen in het licht van Gods genadige toewending naar mensen. En het bijzondere is dat de Heer ons zelf daartoe aanmoedigt. Dat Hij ons tot zijn getuigen benoemt en ons daartoe zijn zegen meegeeft als volmacht om in zijn naam te handelen, maar ook als opdracht om kritisch te staan tegenover alles wat niet deugt en de medemenselijkheid niet dient. Zo kun je zeggen dat de Hemelvaart eigenlijk het feest is van Gods geloof in ons, als zijn getuigen, zijn gemeente. En dat is eigenlijk iets fantastisch. Iets om vanuit te leven, iets om te vieren, jaar na jaar.

ds Jelle Brouwer

24/05/2020

Gedragen door Gods liefde

Aan de vooravond van zijn lijden en dood spreekt Jezus, in zijn afscheidstoespraak bij het laatste Avondmaal, zijn leerlingen moed in. Zo zegt hij tegen hen:

Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug.’ Daarop zeiden een paar leerlingen tegen elkaar: ‘Wat betekent wat hij nu zegt: “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? En: “Ik ga naar de Vader”? Wat betekent “nog een korte tijd”? Wat bedoelt hij toch?’ Jezus begreep dat ze hem iets wilden vragen. Hij zei: ‘Proberen jullie te begrijpen wat ik bedoelde met “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? Waarachtig, ik verzeker jullie: je zult huilen en weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen. | Ook een vrouw die baart heeft het zwaar als haar tijd gekomen is, maar wanneer haar kind geboren is, herinnert ze zich de pijn niet meer, omdat ze blij is dat er een mens ter wereld is gekomen. Jullie hebben nu verdriet, maar ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen. Dan hoeven jullie mij niets meer te vragen. Maar ik verzeker jullie: wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – hij zal het je geven. Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volmaakt zijn." - Johannes 16:16-24

Een week geleden kwam er bij mij op Facebook een citaat langs van Juliana van Norwich, Julian of Norwich in het Engels. Een visionaire vrouw die leefde in het Engeland van de veertiende en vijftiende eeuw. Julian leefde als een kluizenares, in een kleine cel, in een wereld die nog steeds te lijden had van de middeleeuwse pestepidemie. Mogelijk gaf die vrijwillige quarantaine in haar kluis aan Julian ook de kans om rust en richting te vinden in een chaotische wereld. Een heilige voor onze tijd, zou je kunnen zeggen. En dat citaat van haar dat bij mij langs kwam, is denk ik wel het bekendste van haar: “all shall be well, and all manner of thing shall be well.” Alles zal goed komen. Vraag me niet waarom, maar op dat moment ontroerde mij dat enorm. Misschien wel hierom: de God waar Julian in geloofde en waar zij in haar werk over schreef, is niet de God van wraak en straf zoals God ook in haar tijd zo vaak werd voorgesteld. De God waar Julian het over had, is in de allereerste plaats een God van liefde. Het is die liefde waarop zij vertrouwde en waardoor zij kon zeggen: alles zal goed komen.

Nu is van alle evangelisten die wij uit het Nieuwe Testament kennen, de evangelist Johannes precies degene die zo vaak de nadruk legt op Gods liefde. Hijzelf, of iemand die in zijn geest schreef, zegt het wel heel compact in de eerste brief van Johannes: God is liefde. De woorden van het evangelie van Johannes die we eerder hoorden, komen uit de afscheidsspeech van Jezus bij het laatste Avondmaal. Jezus spreekt in het evangelie van Johannes lang niet altijd in de meest begrijpelijke woorden, en dit stuk is geen uitzondering. Het niet-verstaan van de leerlingen kan ik me heel goed voorstellen. Maar de kern van wat Jezus hier te zeggen heeft, staat er toch wel helder in: “Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen.” Dit zegt Jezus op de vooravond van zijn lijden en dood, als hij zijn leerlingen moed inspreekt voor wat komen gaat. Hij spreekt uit liefde, hij spreekt hoopvolle woorden, en hij spoort aan tot vertrouwen: “dan hoeven jullie mij niets meer te vragen (…) wat je de Vader ook vraagt in mijn naam - hij zal het je geven”. Vertrouwen - dat is ook een ander woord voor: geloof. Geloof, hoop en liefde, ze liggen alle drie in deze woorden van Jezus besloten.

En terwijl ik in de afgelopen dagen zo liep te mijmeren over de woorden van Julian of Norwich en die uit het evangelie, kwam ik ook nog een stuk tegen dat veel korter geleden werd geschreven. Om precies te zijn: een week geleden. Het was van een vrouw die helemaal in onze tijd leeft, inclusief de Coronacrisis: mijn Amerikaanse collega Nadia Bolz-Weber. Zij schrijft hoe ze in de loop van de afgelopen weken, steeds meer haar ideeën op ging geven van “nu kan er even niets, maar straks is dat weer voorbij”. Over een paar weken. Goed, niet over een paar weken, maar over een paar maanden. Niet over een paar maanden, maar dan toch zeker na de zomer wel. Hoe meer de crisis vorderde, hoe meer zij al die gedachten losliet.

Nadia kwam tot de conclusie dat wij in deze tijd, als gelovigen, twee dingen nodig hebben. Het eerste is vertrouwen. Vertrouwen in de kracht van menselijke liefde en creativiteit, menselijke veerkracht, vriendelijkheid en humor. En ook het geloof dat God de bron is van al die dingen. Dat betekent dat er een oneindige bron is waaruit we kunnen putten, op het moment dat onze eigen krachten tekort schieten. Het tweede dat we nodig hebben is: de situatie waar we in leven, onder ogen zien. Met alle onzekerheid en onduidelijkheid en niet-weten. Iedere dag nemen zoals hij komt, en geen verwachtingen hebben dat het dan of dan toch wel voorbij zal zijn.

Aan de ene kant zie ik de wijsheid in van haar woorden. Aan de andere kant: hoe zeg je ‘leven bij de dag’, aan iemand die al twee maanden lang eenzaam thuis zit en geen bezoek heeft gehad, en zich dagelijks afvraagt hoe lang dat toch zal duren? Hoe zeg je dat tegen iemand die al op straat moest leven vóór de crisis kwam, en die nu helemaal geen uitzicht meer heeft - omdat de plekken waar hij nog heen kon, nu gesloten zijn vanwege Corona?

Die rare situatie waar we ons nu al twee maanden in bevinden, roept een hoop vragen op waar ik ook geen antwoord op heb. Het enige dat ik op dit moment kan zeggen, vanuit de woorden van Julian en van Nadia, en vanuit mijn eigen ervaringen in deze crisis: ondanks alles, doorhéén alles, worden we door God gedragen. Gods liefde heeft ons niet verlaten. Dat is geen instant troost die alles oplost. Het lost niet de eenzaamheid op van iemand die al twee maanden lang niemand gezien heeft. Het lost niet de wanhoop op van iemand die al op straat moest leven en in deze tijd nog méér op zichzelf teruggeworpen is. Het is ook geen troost voor mensen die zich vóór de crisis al met hart en ziel inzetten voor een betere wereld, die zich inzetten tegen klimaatverandering, vóór meer rechtvaardigheid, en die nu zien dat dit allemaal aan de kant geschoven wordt omwille van “het virus”. Voor alle ellende die voortkomt uit deze crisis ís geen instant troost voorhanden.

En tóch - daar heb je die twee woorden weer waar ik zo vaak op uitkom - en tóch worden wij gedragen, door Gods liefde. Vertrouwen op die liefde is iets waar ik in ieder geval hoop uit put. En die hoop is niet van “het zal beter worden, over een maand, over twee maanden, over een jaar”. Die hoop is: het kan anders. Zelfs midden in de gebrokenheid van onze wereld, waar we door de coronacrisis met onze neus bovenop worden geduwd; midden daarin kan het anders. Een andere wereld is mogelijk. Een wereld van liefde. Nu nog gebeurt Gods liefde vaak in het verborgene. Dan hier, dan daar. Overal waar mensen uit liefde hun nek uitsteken, naar een andere mens toegaan. Gods liefde gebeurt overal waar mensen zich ook in deze crisis inzetten voor de aarde, waar mensen zich inzetten voor een betere verdeling van het goede van diezelfde aarde in onze menselijke samenleving. Op al die plaatsen gebeurt Gods liefde al. En ik put hoop uit het visioen van een wereld waarin Gods liefde niet langer bestaat in alleen maar lichtpuntjes in een wereld die vaak zo donker kan zijn. Maar waarin onze hele wereld doorstraald wordt met het licht van die liefde. Dan zal ons verdriet in vreugde veranderen, en dán zal die vreugde werkelijk volmaakt zijn. En ik durf hier te zeggen: dat visioen geeft mij hoop, zelfs al zou het nooit werkelijk tot stand komen. Het volgen van dat visioen, het leven alsof dat visioen morgen waar zou kunnen worden: dat verandert een mensenleven. Naar dat visioen uitzien, er waar je kan aan werken in deze gebroken wereld. Dat geeft werkelijk hoop. Dat is al een begin van die vreugde waar Jezus over spreekt.

Julian of Norwich, een vrouw die door de pestepidemie heen en door alle andere ellende van de veertiende en vijftiende eeuw leefde: voor haar stond ’t als een paal boven water. Alles zal goed komen. Hoe? Ik weet het niet. Wanneer? Goede vraag. Het antwoord op die vraag heeft alles te maken met dat vertrouwen waar Nadia Bolz-Weber het over heeft: vertrouwen in de kracht van menselijke liefde en creativiteit, menselijke veerkracht, vriendelijkheid en humor. En ook met het geloof dat God de bron is van al die dingen, wat betekent dat er een oneindige bron is waar we uit kunnen putten op het moment dat onze eigen krachten tekort schieten.

Dat er door alle onzekerheid heen, die zekerheid is: het kan anders. Het is mogelijk om deze wereld vorm te geven vanuit liefde. Zelfs al moet je op anderhalve meter afstand blijven en kun je elkaar niet aanraken. Zelfs al spreek je elkaar alleen maar door de telefoon of zie je elkaar alleen maar op een schermpje. Die liefde van God vraagt er nog steeds om doorgegeven te worden. Dat is diezelfde liefde van God, die ons draagt, wat er ook met ons gebeurt. All shall be well. All manner of things shall be well. Je verdriet zal in vreugde verkeren. Die zaaiden in tranen, die keren met lachen en juichen. Want er is een liefde die ons draagt. En die ons nooit laat vallen.

Heleen Ransijn

17/05/2020