• banner1

Een omarming van liefde

De eerste twee maanden van het nieuwe jaar gaat de tijd altijd snel, zo lijkt het wel. De Kersttijd is nog maar amper achter de rug of het is alweer Carnaval en daarmee ook het begin van de Veertigdagentijd. De voorbereidingstijd op Pasen, het grootste christelijke feest, het feest van de Opstanding. Pasen is een bijzonder feest, en een bijzonder feest vraagt om voorbereiding. Om bezinning, inkeer, om het jezelf weer te binnen brengen wat wij met Pasen vieren – inclusief Goede Vrijdag, want zonder de dood van Christus op Goede Vrijdag is de opstanding van Christus met Pasen ondenkbaar. Als ik me beter kan voorbereiden op Pasen, kan ik meer een volgeling worden van die Jezus Christus die opgestaan is uit de doden, en door wie God liet zien dat werkelijk leven sterker is dan alle kwaad.

Hand 2 v 21 24

Maar hoe geef je op een zinvolle manier invulling aan die voorbereidingstijd? Het is hoe dan ook goed om in de Veertigdagentijd stil te staan bij de betekenis van Goede Vrijdag en Pasen. De Schriftlezingen van de zondagen van de periode helpen daarbij. En wat mij pas geleden bijzonder trof was een artikel van een Amerikaanse theologe, Kathleen Mulhern. Kathleen worstelt kennelijk ook met die vraag naar de invulling van de Veertigdagentijd. Wat mij aan het denken zette was echter vooral de geest die er bij haar achter steekt. In haar eigen (door mij vertaalde) woorden:

“Vasten gaat over het verdiepen van onze liefde voor God. Dat is alles. (…) Niettemin probeer ik het voorbeeld te volgen van Bernardus van Clairvaux, die schreef: ‘Als ik naar mezelf kijk, en mezelf onderzoek, en over mezelf een oordeel uitspreek, word ik één grote lastige en kwellende vraag… Maar als ik helemaal vergeet hoe armzalig en onbetekenend ik eigenlijk ben, kan mijn hele wezen wellicht opstaan, om zich in Uw omarming van liefde te storten, en U te zien die ik liefheb, en U lief te hebben die ik nog nooit gezien heb.’”

1 Joh 4 v 9

Dat citaat van Bernardus, één van de grote mystici uit de Middeleeuwen, ontroert me. De Veertigdagentijd gaat over bezinning, jazeker. Het gaat over stilstaan bij mezelf en bij de vraag hoe ik Christus kan navolgen; zonder enige twijfel. Maar niet om een oordeel uit te spreken over mezelf en daardoor mezelf tot een lastige en kwellende vraag te maken. Aan het verdiepen van onze liefde voor God gaat Gods oneindige liefde voor ons vooraf. De grote gave van die omarming van liefde, zoals Bernardus het noemt: de liefde van een God die ons aanneemt zoals wij zijn. Hoe armzalig en onbetekenend we ook mogen zijn in onze eigen ogen of die van anderen. Voor God is niemand van ons armzalig of onbetekenend.

Ik weet nog steeds niet hoe ik de Veertigdagentijd dit jaar vorm ga geven, maar ik ben er wel weer aan herinnerd waar het uiteindelijk om gaat. Goed om daar, juist in de tijd naar Pasen toe, bij stil te staan en ons eraan te blijven herinneren. De hele veertig dagen, en de rest van het jaar.

Heleen Ransijn

De Ring, maart 2020

God is sterker

Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Ze zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was, is voorbij.’ - Openbaring 21: 1-5

Deze tekst raakt ons meteen. Het einde van al het leed. Geen dood meer, geen pijn. Niemand hoeft meer te huilen. Geen tranen meer, nooit.

Maar is de tekst niet té mooi? Te mooi om waar te zijn? Een vertroosting naar het hiernamaals, naar een andere http://www.christipedia.nl/@api/deki/files/338/=Aarde.jpgwereld? Later, maar niet nu? Ooit, maar niet vandaag? In de hemel, maar niet op de aarde?

Als we Johannes' Openbaring zo zouden begrijpen, zouden we hem verkeerd begrijpen. Zijn boek wil troosten: de christenen van zijn tijd worden verdrukt en vervolgd, gemarteld en gedood. Johannes wil ze bemoedigen: de wrede Romeinse keizers zullen niet zegevieren. Zij zijn nu sterk, maar God is sterker. De zachte krachten zullen zeker winnen in het einde.

Maar meer nog dan troost, zijn Johannes’ woorden een protest. Van de eerste tot de laatste zin protesteert Johannes.

De Openbaring is een en al protest. Protest tegen het onrecht van de Romeinse staat. Protest tegen de machtsmisbruik van de heersers. Protest tegen het recht van de sterkste.

En God steunt dit protest. Hij protesteert mee tegen de wereld zoals zij is. Hij heeft deze wereld anders bedoeld. En Hij zal ervoor zorgen dat zijn plannen uitkomen. Niet onrecht en leed zullen het laatste woord hebben, maar Hij. God laat zijn mensen niet in de steek.

Stefan Gradl

De Ring, november 2019