• banner1

Rust vinden

Over Johannes XXIII, die in 1958 tot paus werd verkozen, wordt het volgende verhaal verteld. In de dagen die op zijn verkiezing volgden, was Johannes heel ongerust. Zou hij die grote taak echt aankunnen? Wat zou hij moeten doen? In welke richting zou hij het schip van de kerk moeten sturen? Vanwege al die zorgen en vragen, lukte het Johannes zelden om 's nachts in slaap te vallen. Maar toen het een keer wel lukte, had hij een droom. En in die droom verscheen God hem. Johannes werd zenuwachtig. Wat zou God tegen hem zeggen? Welke nog onbekende dogma's zou God hem openbaren? Welke adviezen voor het besturen van de kerk zou God hem geven? Toen sprak God. Hij zei maar één zin: 'Giovanni, neem jezelf toch niet zo serieus.'

Ik vind dit verhaal vooral leuk vanwege de tegenstelling die er in zit. Paus-zijn, dat is groots, belangrijk, plechtig. In de tijd van Johannes droeg de paus zelfs nog de tiara, een kroon die groter en zwaarder was dan de kroon van koningen. De religieuze leider van bijna één miljard mensen. En God zegt tegen hem: 'Neem jezelf toch niet zo serieus.'

Ik heb dit verhaal verteld omdat onderstaande evangelietekst een vergelijkbare tegenstelling kent.

In die tijd zei Jezus ook: 'Ik loof u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt u het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren. Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.' - Matteüs 11:25-30

Jezus stelt twee groepen mensen tegenover elkaar: wijzen en verstandigen aan de ene kant, eenvoudige mensen aan de andere kant. En verrassend genoeg: de eenvoudigen winnen het. Zij worden geprezen. Zij weten meer dan de wijzen en verstandigen, want God heeft het hun geopenbaard.

Deze uitspraak is niet makkelijk te begrijpen. Wat bedoelt Jezus ermee?

In de bijbel vindt je zulke tegenstellingen vaker. Tegenstellingen tussen groot en klein, sterk en zwak, hoog en laag. En God - God houdt van het kleine. Reeds in het Oude Testament is dat zo. Waarom heeft God uitgerekend Israël verkozen? Zo'n klein, onbeduidend volkje? Had een groot en machtig volk als dat van Egypte of Perzië niet beter bij hem gepast, bij zijn majesteit en grootheid?Neen, lees je in het Oude Testament, God heeft Israël verkozen juist omdat het klein is. God houdt van het kleine. Onder de zonen van Isaï kiest hij de kleinste en jongste, David, als koning. In de strijd tussen de kleine David en de grote Goliat staat God natuurlijk aan de kant van David. En hij maakt Jeremia tot zijn profeet ook al is die jong en onervaren. Je kunt die lijn zelfs doortrekken naar Jezus. Want zelfs Jezus stelt op het eerst gezicht niet veel voor: de zoon van een timmerman, niet rijk, niet hoogopgeleid, uit Galilea, een onbeduidende uithoek. Het is alsof vandaag een tuinier uit een dorp in Limburg zou beweren dat hij de messias is.

De mensen die zich achter Jezus scharen, volgen daarom niet de wijsheid van deze wereld. In de ogen van de andere mensen zijn ze niet wijs en niet verstandig. En toch: wie Jezus volgt, komt dichter bij God. Want God houdt van het kleine en hij openbaart zich in deze Jezus.

Dat God van de kleinen en zwakken houdt, heeft ook een reden: zij hebben als het ware meer ruimte voor hem. Wie groot en sterk is, vertrouwt vaak op zichzelf, op de eigen kracht, de eigen sterkte, de eigen mogelijkheden. Hij vertrouwt op zichzelf en niet op God. Wie wijs is, vertrouwt op zijn eigen wijsheid en verstand, niet op God. De groten, de sterken, de wijzen, ze nemen zichzelf te serieus.

Ook bij de tegenstanders van Jezus is dat zo. De Farizeeën vooral. Zij proberen om Gods wetten en regels zo nauwkeurig mogelijk na te leven. Ze zijn behoorlijk streng als het om de bijbelse wetten gaat. Op zich is daar niets mis mee. Ze nemen Gods wetten serieus, dat is positief. Maar het gevaar is dat ze zichzelf te serieus nemen. Dat ze vertrouwen op hún doen en laten, op hún handelen, op hun vermogen om het goede te doen. Het gevaar is dat ze op zichzelf vertrouwen en niet op God. Dat ze op hun handelen vertrouwen en niet op Gods genade.

In Jezus' visie gaan zij gebukt onder de last die ze zichzelf op de schouders hebben gelegd: het juk om álle wetten heel streng na te leven. Ze staan altijd onder druk, onder een enorme prestatiedruk; ze eisen heel veel van zichzelf. Het is heel vermoeiend om zo te leven. Jezus zegt tegen hen: 'Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven.'

Jezus nodigt ze uit om van hem te leren ánders te leven. Een leven waar je niet op jezelf vertrouwt, maar op God. Een leven uit Gods genade. Een leven waar je niet voortdurend eisen aan jezelf stelt, maar je laat vallen in Gods liefde. 'Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.' De juk van Gods genade is inderdaad zacht, de last van Gods liefde is inderdaad héél licht.

God houdt van het kleine. Ook van ons. Je bent geen grote, geen heel belangrijke persoon? Geen Nobelprijswinnaar, geen miljonair, geen beroemdheid? Maakt niet uit. God houdt van het kleine. Je bent onbenullig? Geen probleem. God houdt ook van domme mensen. Eigenlijk houdt hij van alle mensen. Tenminste, van alle mensen die zichzelf niet té serieus nemen.

ds. Stefan Gradl

05/07/2020

(G)een beetje vrede

Onze wereld wordt beheerst door tegenstellingen. De Black Lives Matter beweging legt het racisme bloot dat niet alleen de Verenigde Staten, maar ook onze Europese manier van denken maar al te vaak beïnvloedt. Demonstraties en tegendemonstraties, inclusief het misbruik door gewelddadige plunderaars, zetten de verhoudingen op scherp. Al dan niet religieus gemotiveerd terrorisme maakt nog steeds slachtoffers onder mensen die als bedreigend worden ervaren. En op politiek vlak probeert men elkaar soms met woorden af te maken. Geen wonder dat de wereldgeschiedenis in de eerste plaats een aaneenschakeling van oorlogen en veldslagen is, als je onze geschiedenisboekjes mag geloven.

Kennelijk hebben mensen het nodig om zich tegen anderen af te zetten, hun identiteit af te grenzen om te definiëren wie ze zelf zijn. Man of vrouw, zwart of wit, links of rechts, gelovig of atheïst en ga zo maar door. Als je vraagt wat eigenlijk een protestant is, dan is de kans groot dat je een lijstje met van die grenzen krijgt. Geen atheïst, maar gelovig. Gelooft in God, maar is geen islamiet. Een christen, ja, maar geen Rooms-katholiek. Het zegt vooral veel over wat een protestant niet is - zoals die stroming in de theologie die vasthoudt dat je over God alleen in ontkenningen kunt spreken. Maar het zegt niets over waar een protestant wel voor staat - en dat is toch misschien wel het belangrijkste. Nu moet u ook niet verwachten dat ik daar hier het laatste woord over ga zeggen. Daarvoor zijn we misschien ook onderling te verschillend. En dat kan en mag het onderwerp van een overdenking niet zijn, want protestanten hechten eraan de Bijbel te laten uitspreken zonder hem af te kappen of in de rede te vallen met eigen ideeën en theorieën.

Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard. Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden. | Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft. Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden. En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’ - Matteüs 10:34-42

En juist de Bijbel laten uitspreken zonder weglatingen of eigen theorieën, maakt het hier niet gemakkelijk. Want het beeld van Jezus dat in bovenstaande evangelietekst wordt geschetst, komt niet overeen met de voorstelling die ons in de loop van de tijd zo dierbaar geworden is, die van de vriendelijke, zachtmoedige mens die voor iedereen een goed woord had, de Vredevorst waar de profeet Jesaja al naar uitzag, degene die verzoening brengt, niet alleen tussen God en mensen, maar ook tussen mensen onderling, en die alle tegenstellingen overbrugt. “Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus”, zou de apostel Paulus aan de christenen van Galatië schrijven (Galaten 3:28). Hoe bestaat het dan, dat we Hem hier horen zeggen dat Hij niet is gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard? Dat Hij een wig drijft tussen de mensen die het dichtst bij elkaar staan, de leden van eenzelfde gezin?

Nu weten we allemaal wel dat het in de praktijk zo heeft uitgewerkt. Nog steeds kan een nieuw perspectief tot kerkscheuringen leiden, die dwars door families heen gaan en diepe wonden slaan. De geschiedenis van het protestantisme kent daar meer dan genoeg beschamende voorbeelden van. Maar het klinkt alsof het de bedoeling van Jezus is geweest, alsof Hij opzettelijk mensen tegen elkaar opzet. Intussen denk ik dat we het zo niet moeten lezen.

Het evangelie werkt zó op mensen in, dat ze anders in het leven komen te staan. Ze gaan met andere ogen naar de werkelijkheid kijken en leggen andere accenten. Dát is waar Jezus op uit is. In de Hebreeënbrief wordt het zo gezegd: “Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard” (Hebreeën 4:12). Doordat mensen zich op Christus, en zo op God gaan oriënteren, ontstaat er een verschil van perspectief, waartussen geen compromis mogelijk is. Zoals Jezus tegenstand opriep en door de autoriteiten uit de weg is geruimd als een lastpost en een dwarsligger, zo is het onvermijdelijk dat ook Zijn volgelingen in dat lot zullen delen. De vroege christenen hebben dat aan den lijve ervaren en hebben deze woorden van Jezus dan ook als een troost ervaren, als een teken dat ze op de goede weg waren.

Let wel: Jezus roept nergens op om zelf het zwaard op te nemen en geweld te gaan gebruiken. Hij vraagt trouw, een toewijding die sterker is dan de banden van het bloed, een toewijding die zelfs de dood onder ogen durft zien, zoals Hij zelf voor die uiterste consequentie niet terugschrok. Dat is nogal wat. Is dat nu nog nodig, om zo onverzettelijk in het leven te staan? In ons deel van de wereld zul je toch niet gauw je leven op het spel moeten zetten om christen te zijn? Moeten we echt zó radicaal spreken en preken en ons zó afzetten tegen iedereen die niet tot onze eigen groep behoort?

Ik denk dat we ons vergissen als we zouden denken dat het in deze verzen gaat om de tegenstelling tussen kerkelijke mensen en buitenstaanders, om het christendom zoals dat zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld en dat zich bovenal kenmerkt door leerstellingen en theologische posities. De laatste verzen van onze evangelielezing geven aan dat je daar niet aan moet denken. Jezus heeft het oog op een praktische levenshouding die uitkomt in de alledaagse dingen. Het gaat er om Hem te volgen op de weg van Zijn Koninkrijk - dat Rijk van “gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest” (Romeinen 14:17). U leest het goed: het gaat om inzet voor gerechtigheid en vrede. Juist daardoor wordt er zoveel weerstand uitgelokt dat anderen met zwaarden klaarstaan.

Maar het is niet de opdracht aan de leerlingen die Jezus eropuit stuurt, om anderen met geweld tegemoet te treden. Zij moeten het evangelie brengen, het goede nieuws dat deze wereld niet voorgoed in een kringetje zal ronddraaien, niet voorgoed gevangen zal zitten in een spiraal van uitsluiting en geweld. En zij mogen zich daarbij laten inschakelen, zij mogen zelf tot teken zijn dat het anders kan. Niet door zich met hand en tand te verzetten tegen alle onrecht dat de wereld teistert: het zal niet lukken om alles wat in de loop der eeuwen is scheefgegroeid en scheefgetrokken in één keer recht te zetten. Het is veeleer hun, nee, ónze roeping om de weg van Christus te gaan, om aan de mensen rondom ons te tonen dat het wél mogelijk is om met liefde en respect met elkaar om te gaan en zo de tegenstellingen te boven te komen. Om de vrede voor te leven, zelfs als ons dat offers kost. En om zo tekens te stellen van die andere wereld waar we in geloven, dat Rijk van God waar de saamhorigheid overheerst.

Er wordt niet van ons gevraagd om direct een nieuwe wereld te bouwen, maar om vast een begin te maken met het leven volgens de richtlijnen die God gegeven heeft, te leven vanuit de liefde voor de Heer en al Zijn schepselen. Een beker koud water voor wie dreigt te bezwijken van de dorst, dat kan al volstaan. Want het is door zulke kleine daden van verbondenheid dat God stap voor stap Zijn Rijk gestalte laat krijgen, totdat de hele wereld vervuld is van Zijn vrede, “het recht stroomt als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek” (Amos 5:24).

ds Jelle Brouwer

28/06/2020