• banner1

Als de verrezen Heer met ons is…

Andrà tutto bene - Alles wordt goed

Het gebeurde op een dag net voordat de coronacrisis begon. Iedereen sprak al over corona, niemand wist wat er precies zou komen. Maar nog had de regering geen maatregelen genomen, nog was er geen lockdown, nog waren alle winkels open.

Op die dag was ik in onze kerk in Mechelen om iets te halen of te brengen, ik weet het niet meer. Ik verliet de kerk, ik deed de buitendeur op slot en ik zag dit: een donkere hemel, zwarte wolken, maar, bijna niet te zien en je moest wel goed kijken... een regenboog. Hij begon links aan het einde van de straat, ging vervolgens rechts omhoog en strekte zich uit boven de Zandpoortvest. Donkere wolken en toch een regenboog.

Altijd wanneer ik een regenboog zie, moet ik aan Noach denken. Het verhaal uit Genesis 8 en 9 over het verbond dat God met Noach sloot na het einde van de zondvloed.

God zei tegen Noach: "Nooit meer zal ik de aarde vervloeken vanwege de mens. Nooit meer zal ik alles wat leeft doden, zoals ik nu heb gedaan. Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten, zal er koude zijn en hitte, zomer en winter, dag en nacht - nooit komt daar een einde aan." - Genesis 8: 20-22

De regenboog werd het teken van dat verbond. "Ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde. Wanneer ik wolken samendrijf boven de aarde en in die wolken de boog zichtbaar wordt, zal ik denken aan mijn verbond met jullie en met al wat leeft." - Genesis 9: 15-16

De regenboog werd het teken van Gods trouw en zijn steun. Mocht er ooit een ramp de mensen treffen, dan zit niet Gód achter die ramp. Mocht er ooit een ramp de mensen treffen, dan staat God achter de mensen en staat Hij hun bij.

Ik moet denken aan Italië dat zo zwaar door corona getroffen is. Toen de crisis daar begon, doken in de ramen en op de balkons doeken op. De mensen hadden daarop een regenboog geschilderd en er de woorden bij gezet: Andrà tutto bene. Alles wordt goed.

Alles wordt goed. Niet omdat wij alles onder controle hebben. Het wordt niet goed omdat we de crisis ontkennen en zeggen: 'er is geen probleem'. Alles wordt goed omdat God achter ons staat en aan ons trouw blijft.

Als ik het Paasverhaal lees, wordt ik steeds weer door één punt verrast. De spontane reactie op de boodschap van de opstanding is bij vrijwel allen die ervan horen, niet vreugde en jubel. De spontane reactie is vrees en schrik. De boodschap van de opstanding doet angst, zorgen en zelfs de dood niet van de ene seconde op de andere verdwijnen. De boodschap van de opstanding is een weg om om te gaan met angst, zorgen en dood. Andrà tutto bene. Alles wordt goed. Omdat God achter ons staat en trouw blijft aan ons.

Je moet op de foto die ik toen maakte, een beetje zoeken naar de regenboog. De donkere wolken zie je veel gemakkelijker; de regenboog kan je zelfs over het hoofd zien. En toch is hij er. Een regenboog over de Zandpoortkerk, over Mechelen, over ons allen.

Andrà tutto bene. Alles wordt goed. Omdat God mét ons is.

ds. Stefan Gradl

Bevrijding uit het angst- en doodsland

Onderhoudt dan het Pesachfeest der ongezuurde broden, want op deze zelfde dag leid Ik uw volk uit het land Egypte. Daarom moet gij deze dag onderhouden van generatie op generatie als een altijddurende inzetting. - Exodus 12:17

Ons woord 'Pasen' komt van de Hebreeuwse benaming voor het joodse paasfeest 'Pèsach', wat “voorbijgaan” betekent. Een benaming die de boodschap bevat dat de dood, de gestalte bij uitstek van alle duisternis en gebrokenheid, voorbij zal gaan, ooit ‘passé’ (ja, daarin hoort u het woord 'Pasen' terug) zal zijn. In het Pesachverhaal van het Oude Testament, in Exodus, gaat dat in letterlijke zin over het voorbijgaan van de dood aan de met het bloed van het paaslam bestreken deuren van het joodse volk. Dat volk zucht onder de slavernij in het angst- en doodsland Mitsrajim, het slavenland Egypte. Het slavenvolk is op dat moment via Mozes van Godswege bevrijding aangezegd. En die bevrijding wordt in dat verhaal om te beginnen dus gesymboliseerd en ingezet door het voorbijgaan van de dood aan die met paaslambloed bestreken deuren. En wat later ook door de uittocht van het slavenvolk uit het doodsland Mitsrajim, op weg, via de woestijn, via de steppe, naar het Beloofde land, Gods betere wereld.

Toen ontbood Mozes al de oudsten van Israël en zeide tot hen: Trekt heen, haalt kleinvee voor uw families en slacht het Pascha. Daarna zult gij een bundel majoraantakken nemen, die in de schaal met bloed dopen en het bloed aan de bovendorpel en aan de beide deurposten strijken. Ga dan tot de morgen de deur niet uit, want de Eeuwige zal Egypte doortrekken om het te slaan. Wanneer Hij dan het bloed aan de bovendorpel en aan de beide deurposten ziet, dan zal de Eeuwige die deur voorbijgaan en de doodsengel niet toelaten in uw huizen te komen om u te treffen. – Exodus 12:21-23

En ditzelfde gegeven zien we, in een messiaans perspectief, ook in het Paasverhaal van het Nieuwe Testament, waarin eveneens het bloed van het paaslam, namelijk Jezus, er symbool voor staat dat de dood in deze wereld niet het laatste woord heeft, maar voorbij zal gaan. Dat het laatste Woord niet aan de dood is, maar aan God. Dat de duisternis het niet zal winnen van het licht.

Intussen lijkt het andersom te zijn. Hoeveel duisternis is er niet op aarde? Het is zoals de lieddichter dicht: “… de aarde wacht zo lang, er wordt zoveel geleden, de mensen zijn zo bang, de toekomst is zo duister…”

En onder die duisternis valt vandaag ook het coronavirus met al de humanitaire en economische ellende die dat verder nog met zich meebrengt. Niet voor niets wordt de wereld in onze taal wel eens een ‘tranendal’ genoemd. En ook de bijbel heeft daar een term voor: woestijn.

In het Paasverhaal van Exodus is die woestijn heel uitdrukkelijk aanwezig. De bijbel ontkent immers de duisternis niet, het leed, het onrecht en al de ellende van de wereld. Ja, het volk is bevrijd uit het angst- en doodsland, maar moet toch eerst nog door de woestijn om op zoek te gaan naar Gods betere wereld. En dat is voor ons niet anders. Ook ons is, in de bijbelse Paasverhalen, bevrijding aangezegd uit de duisternis, die belofte staat in de bijbel als een paal boven water, maar intussen zitten we nog middenin de woestijn, middenin een dorre en donkere steppe vol gevaren en afgronden en zoeken tastend en dwalend naar een betere wereld.

Die verkondigde bevrijding betekent dus niet dat ellende ons bespaard zal blijven. Maar ze betekent wel dat, bijbels gezien, ons leven fundamenteel door en vanaf die bevrijding gemarkeerd wordt. Vandaar ook het voorschrift om Pesach-Pasen als gedenk- en feestdag voor altijd vast te stellen. Het gaat immers om een fundamentele markering in en van ons bestaan. Die bevrijding uit het angst- en doodsland markeert en bepaalt, in het bijbelse geloof, immers onze geschiedenis. Ons leven is, bijbels gesproken, sinds Pesach en Pasen niet meer gemarkeerd vanaf slavernij en gebrokenheid of vanaf de zondeval, zoals dat in Genesis heet. Niet vanaf dood en verderf, niet vanaf kwaad en rampspoed, niet vanaf strijdperken en oorlogen. Niet vanaf onze menselijke, al te menselijke tekorten en gebrokenheid. Niet vanaf onrecht, ziekten en sterfelijkheid, laat staan vanaf de coronapandemie. Goed, dat is tijdmatig en historisch ook (maar al te) waar, maar bijbels gezien is dat om te zeggen tweederangs en van voorbijgaande aard.

Voorop staat in de bijbel dat ons leven gemarkeerd is vanuit en vanaf de bevrijding uit slavernij en gebrokenheid. De bevrijding uit alle duisternis en dood. Kort en krachtig: naar het bijbelse woord leven wij vanuit Pesach en Pasen. Vanuit de belofte dat de duisternis voorbijgaat en de Nieuwe Aarde zal aanbreken. Dat wil zeggen dat wij, bijbels gesproken, van aanvang af ertoe bestemd zijn, niet om als onvrije mensen te leven in een wereld van kwaad en ellende, maar als vrije bewoners van Gods betere wereld.

Daarom mogen we het toch, ondanks de dorre woestijn, vol hoop en volmondig zingen: de steppe zal bloeien!

ds. Ernst Veen

Een beslissende wending ten goede

Maar op de eerste dag van de week gingen ze bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze bereid hadden. Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold, en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: 'Waarom zoekt u de levende onder de doden? Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt. Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was: de Mensenzoon moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.' Toen herinnerden ze zich zijn woorden. Ze keerden terug van het graf en gingen aan de elf en aan alle anderen vertellen wat er was gebeurd. De vrouwen die het graf bezochten, waren Maria uit Magdala, Johanna, Maria de moeder van Jakobus, en nog enkele andere vrouwen die hen vergezelden. Ze vertelden de apostelen wat er was gebeurd, maar die vonden het maar kletspraat en geloofden hen niet. Petrus echter stond op en rende naar het graf. Hij bukte zich om te kijken, maar zag alleen de linnen doeken liggen. Daarop ging hij terug, vol verwondering over wat er gebeurd was. - Lucas 24:1-12

Het lijkt bijna op vloeken in de kerk om vandaag de overwinning van het leven te vieren, terwijl dagelijks de aantallen doden ten gevolge van het coronavirus worden voorgelezen en de dood tastbaarder aanwezig dan ooit. Is het niet onvergeeflijk naïef om in zo’n wereld het evangelie van de opstanding te lezen en Pasen te vieren? Kun je nu echt nog geloven dat de dood zijn macht kwijt is? Kun je, zoals eeuwenlang in de Paasdiensten gebruikelijk was, de dood bespotten en in zijn gezicht uitlachen?

Ik kan het in elk geval niet over mijn hart verkrijgen om het een collega na te zeggen dat wie niet in de opstanding en het eeuwig leven kan geloven, ook niet in de kerk thuishoort en een valse christen is. Volgens ons wetenschappelijke wereldbeeld is het eenvoudigweg niet mogelijk om uit de dood terug te keren, en de ervaring van de laatste weken maakt het ook niet echt gemakkelijk om te geloven dat de overmacht van de dood gebroken is. Is het dan niet eerlijker om het Paasevangelie maar als een symbolisch verhaal te lezen, een getuigenis dat de levenswijze van Jezus doorgaat, ook na zijn dood, omdat zijn leerlingen het niet hebben opgegeven? Jezus die verder leeft in het geloof van de kerk?

Leeg grafVoor mij persoonlijk is dat toch te weinig. Ik denk dat de beweging rondom Jezus nooit zo invloedrijk was geworden als ze was, gebaseerd op een vals gerucht of op pure symboliek. Juist omdat er iets onvoorstelbaars was gebeurd, iets dat de wereld op zijn kop zette, heeft het evangelie zoveel mensenlevens kunnen beïnvloeden. Het is de ontmoeting met de levende Heer, die het verschil heeft gemaakt. Anders zou het ongeloof dat ook de discipelen in het begin kenmerkte, de overtuiging dat de vrouwen die het graf bezochten, enkel kletspraat verkochten, nooit in geloof zijn omgeslagen. En het is nog altijd de ontmoeting met de levende Heer, die ons leven in perspectief zet en ons laat zien, waar het echt op aankomt in het leven.

In deze dagen lijkt het bijna alsof onze hele samenleving een Paaservaring tegemoet gaat. Meer dan ooit zijn mensen in gedachten bezig met de dood. Meer dan ooit wordt het dagelijks leven bepaald door dreiging, angst en aantallen overledenen. Maar we mogen geloven dat dat niet het einde zal zijn. Dat er toekomst zal zijn, ook na deze crisis. Niet omdat de wetenschap alles in de hand heeft - want dit virus laat ons ongenadig duidelijk zien dat wij mensen niet alles onder controle hebben. En ook niet omdat mensen nu eenmaal onverbeterlijk optimistisch zijn en alles maar willen geloven. Nee: omdat ons is beloofd dat er toekomst zal zijn, en leven. Omdat we geloven dat de Levende, de Opgestane toekomst heeft en toekomst biedt. Maar dat mag niet simpelweg betekenen dat alles weer zal worden zoals het was. Zo is het met Pasen niet geweest.

De opstanding van Christus betekent een cesuur in de wereldgeschiedenis, een beslissende wending ten goede. Zijn volgelingen mogen delen in het eeuwige leven dat Hij toegankelijk heeft gemaakt. En dat is niet alleen een leven na de dood. Dat is een nieuwe manier van zijn, van met elkaar omgaan, van leven voor het aangezicht van God, die nú al begint en waar de dood geen einde aan kan maken.

Ook voor onze samenleving zal het daarom gaan. Dat wij, die in het licht van deze crisis hebben ingezien wat er werkelijk belangrijk is in het bestaan, waar de werkelijke prioriteiten liggen, ook straks daarnaar zullen blijven leven. Dat we niet simpelweg terugkeren naar die wereld waar iedereen voor zichzelf leefde zonder naar elkaar om te zien, maar dat we beseffen dat we op elkaar aangewezen zijn. Dat we niet leven als rivalen en concurrenten van elkaar, maar als broeders en zusters, met hart voor elkander en met respect voor onze leefomgeving. Als het goed is hebben we ons als gemeente van Christus daarin al een beetje geoefend. Wij weten dat we niet krampachtig voor onszelf moeten opkomen, omdat de Heer voor ons strijdt. We weten, dat we niet in angst hoeven te leven, omdat Zijn liefde alles overwint. We weten dat de dood zijn dreiging heeft verloren, omdat de Heer is opgestaan en dat ook wij in Zijn nieuwe leven mogen delen. En dat mogen we vieren, vandaag en alle dagen die komen.

ds. Jelle Brouwer

12/04/2020

Gezegende Pasen!

Veranderen

De Heer zei tegen Mozes: 'Ik zal de farao en Egypte met nog één plaag treffen, daarna zal hij jullie laten gaan. Hij zal jullie zelfs hete land uit jagen, niemand uitgezonderd. Zeg tegen het volk dat iedereen zilveren en gouden sieraden aan zijn buren moet vragen, de mannen aan hun buurman, de vrouwen aan hun buurvrouw.' De Heer zorgde ervoor dat de Egyptenaren het volk goedgezind waren. Mozes stond zelfs in hoog aanzien bij de hovelingen en bij het Egyptische volk. Toen zei Mozes tegen de farao: 'Dit zegt de Heer: Tegen middernacht zal ik rondgaan door Egypte, en dan zullen alle eerstgeborenen in het land sterven, van de eerstgeborene van de farao, zijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de slavin die de handmolen bedient, en ook al het eerstgeboren vee. Overal in Egypte zal luid gejammerd worden, zo luid als men nog nooit heeft gehoord en ook nooit meer horen zal. Maar van de Israëlieten zal niemand een haar gekrenkt worden, en ook hun vee zal niets overkomen. Dat zal u doen beseffen dat de Heer onderscheid maakt tussen Egypte en Israël. Al deze hovelingen hier zullen naar mij toe komen en mij op hun knieën smeken om dit land te verlaten en mijn hele volk mee te nemen. en dat zal ik ook doen. ' Hierop verliet Mozes woedend het paleis. - Exodus 11:1-8

Ik wou een andere preek schrijven, niet deze preek. Ik wou over een andere tekst preken, niet over deze tekst. Niet over het verhaal van de tiende en laatste plaag die God de Egyptenaren stuurt. Na water dat in bloed verandert, kikkers, muggen, steekvliegen, veepest, zweren, hagel, sprinkhanen en een zonsverduistering, volgt nu de tiende, de ultieme plaag: de dood van alle eerstgeborenen in heel Egypte. Mens en vee worden getroffen, klein en groot, arm en rijk, van de boer aan de Nijl tot de zoon van de farao in het paleis.

Het is een tekst om ervan te gruwelen. Hij schetst een God die dodelijk is. Een wrede God die de dood brengt aan de Egyptenaren. Je krijgt er rillingen van.

In het Nederlandse leesrooster waaraan ook wij in Vlaanderen ons oriënteren, is deze tekst op zondag 5 april 2020 voorzien als alternatieve tekst. Je kúnt hem kiezen, maar je hoeft hem niet te kiezen. Ik wou over een andere tekst preken, niet over dit gruwelijke verhaal. En dan nog uitgerekend in deze tijd. Toen men in Nederland dit alternatieve leesrooster verzon, was corona nog volledig onbekend. Maar nu lijkt - op het eerste gezicht - deze tekst bij onze situatie te passen: een dodelijk plaag in Egypte toen, een dodelijke plaag bij ons en in andere landen vandaag. Maar dat past alleen op het eerste gezicht bij elkaar, want wat moeten we dan uit dit verhaal leren? Dat God corona heeft gestuurd als straf voor onze zonden? Dat God een virus stuurt om ons tot inkeer te brengen? Ik vind dat onzin.

Ik wou een andere preek schrijven, niet déze preek. Ik wou over een andere tekst preken, niet over deze tekst. Hij staat zo ver van ons af, hij is zo vreemd. Maar deze tekst bleef me intrigeren. Ik kon niet anders dan erover na te denken. Het is een raar verhaal, maar we leven ook in een rare tijd. Past dat verhaal toch bij ons? Kan het ons iets vertellen waar we mee verder kunnen?

Dit verhaal begrijp je alleen maar als je het goede perspectief kiest. Je begrijpt het niet als je het leest vanuit een Belgisch perspectief in het jaar 2020. Dit verhaal is geschreven dóór Israëlieten; dit verhaal is geschreven vóór Israëlieten. En als je dat begrijpt, verandert het verhaal van karakter. Het is geen verhaal van dood, maar van bevrijding. Het is geen verhaal van zonde en straf, maar van redding.

De Israëlieten worden in Egypte verdrukt. Ze zijn slaven. Hun leven is niets waard, ze tellen niet mee. God ziet hun nood, God hoort hun klacht. Hij leeft met hun mee. En hij komt voor ze op. Hij neemt het op tegen de verdrukkers van zijn volk. Zijn mensen zijn niet zonder hulp, Hij schiet hun te hulp. God staat aan de kant van zijn volk, van zijn mensen. Hij staat aan de kant van de verdrukten en de zwakken. Hij komt voor ze op. Het verhaal van de tiende plaag wil geen wrede God schetsen die zonder mededogen mensen doodt. Het verhaal wil een God schetsen die zijn geliefde mensen beschermt, koste wat kost.

Eigenlijk wil dit verhaal troosten. God ziet je nood, God hoort je klacht. Je bent niet alleen. God staat aan jouw kant.

Je kunt een lijn trekken van dit verhaal naar Pasen. Ook Pasen laat zien aan welke kant God staat. Hij staat niet aan de kant van de verdrukkers en de machthebbers. Hij staat aan de kant van de slachtoffers, de verdrukten, de mensen in nood. God staat aan de kant van de mens. Hij is een God van de levenden en van het leven.

Nog iets anders valt me op. Een heel ander punt. We hebben in deze Bijbeltekst alleen over de tiende plaag gelezen. Negen andere gingen daaraan vooraf. En geen van de tien plagen stuurt God als een straf. Tien keer wordt een verhaal verteld met steeds dezelfde structuur:

Mozes en zijn broer Aäron gaan naar de farao en brengen Gods boodschap over: 'Laat mijn volk gaan!' Tien keer reageert de farao met verzet: het volk mag niet gaan. Tien keer volgt daarop een plaag. Hoe langer, hoe meer begint de farao te aarzelen en te twijfelen of hij toch niet moet toegeven. Maar steeds, wanneer de plaag voorbij is, komt het verzet terug. Alles blijft bij het oude. Niets verandert.

Steeds is het hetzelfde: een appèl van God om te veranderen, het verzet daartegen, een plaag, misschien een korte aarzeling, maar uiteindelijk weer het verzet tegen Gods appèl en de weigering om te veranderen.

Het verhaal van de tien plagen is niet alleen een verhaal over bescherming, bevrijding en redding. Het is ook een verhaal over een appèl tot verandering en het mislukken van die verandering.

God heeft corona niet gestuurd. Niet als straf voor onze zonden, ook niet om ons te doen schrikken en tot ommekeer te bewegen. Maar ik vraag me wel af hoe het zal zijn ná deze crisis. Zullen we terugkerken naar ons leven zoals het vroeger was? Of zal het anders zijn? Zullen wíj anders zijn? Zullen wij veranderen?

In deze crisis verschuiven waarden en prioriteiten. Het maatschappelijke aanzien van het personeel van de supermarkten was tot nu toe niet hoog, nu beseffen we dat het zonder hen niet kan. Voor mensen in de zorg hadden we in het verleden niet veel geld over, nu applaudisseren we voor hen en zijn we blij dat ze er zijn.

Een vriendin zei tegen mij: 'In mijn vrije tijd zie ik bijna geen mensen. Ik kan nergens heen. Ik wordt teruggeworpen op mezelf. Ik denk nu veel meer na over het leven.'

Zal het anders zijn? Zullen wíj anders zijn? Zullen wij veranderen? Zullen onze waarden en prioriteiten door deze crisis verschuiven? Zullen we minder gehecht zijn aan consumptie, reizen en bezit? Nu zijn we vaak min of meer opgesloten, missen de menselijke contacten. Zullen we daardoor leren hoe belangrijk deze contacten voor ons zijn, hoe belangrijk andere mensen voor ons zijn? Zullen we op een andere manier omgaan met deze kwetsbare aarde, onze schepping?

Veranderen is ontzettend moeilijk. Niet alleen voor de farao, ook voor ons. Trouwens, zelfs voor de Israëlieten.

Binnenkort, na de uittocht, na de bevrijding, zullen ze op bepaalde momenten terug willen naar de farao en de vleespotten van Egypte. In Egypte werden ze verdrukt en waren ze slaven, maar dat kénden ze, dat waren ze gewoon. Maar veranderingen... veranderingen zijn moeilijk.

Hoe zal het zijn na deze crisis? Zal het anders zijn? Zullen wij anders zijn? Zullen wij veranderen?

Amen.

Ds. Stefan Gradl

05/04/2020