• banner1

Kom, Geest, vernieuw uw schepping

Meer dan louter betekenisloze materie

In de hoogtechnologische wereld van het hedendaagse modernisme klinkt niet zelden de gedachte dat ook de mens niet meer is dan een louter “technisch” product. Dat wij opgebouwd zijn uit materie en niet méér zijn dan een verzameling ingenieus gerangschikte atomen. Kortom: dat wij niet meer zijn dan “stof”. De moderne wetenschap veredelt dat nog een beetje door over “sterrenstof” te spreken, maar daar houdt het dan wel op: ‘wij zijn niet meer dan sterrenstof.’

Nu valt dat tot op zekere hoogte niet te ontkennen. En ook in de Bijbel wordt dat niet ontkent. Zo schrijft de Prediker bijvoorbeeld de beroemde woorden:

Alles is uit stof ontstaan, en alles keert terug tot stof.- Prediker 3:20

En ja, vandaag, in deze coronatijd, wordt dat gevoel van ‘stof’ te zijn, d.w.z. van geen betekenis te hebben, nog eens in hoge mate versterkt. We worden niet alleen op een intensere wijze dan anders op het feit gedrukt dat ons leven broos en eindig is, maar daar komt voor velen nog eens bij dat ze eenzaam sterven in de anonimiteit, zonder familie, geliefden of vrienden aan hun sterfbed, om vervolgens ook nog eens gereduceerd te worden tot een anoniem cijfer in de coronastatistieken. Het is duidelijk dat dit alles het gevoel van zinloosheid en van slechts een onbetekenend stofje in de kosmos te zijn, aanmerkelijk doet toenemen.

Tegen die achtergrond gezien, vertelt het kortste Pinksterverhaal uit de Bijbel, namelijk een gedeelte uit het Johannesevengelie, een heel ander verhaal:

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest.’ – Johannes 20:19-22

Hoe zit dat? Welnu, om te beginnen is een van de bijzonderheden aan dat verhaal, dat de evangelist daarin Pasen en Pinksteren op één dag laat vallen. Het verhaal speelt zich immers af op de avond van de Opstandingsdag. Dat is niet zonder betekenis, zoals we nog zullen zien. Enfin, Jezus verschijnt daar aan zijn discipelen en toont hen zijn handen en zijn zijde. En vervolgens wenst hij hen vrede en zend hen uit in de wereld en dan staat er dat opvallende zinnetje: “Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest…’” Welnu, wie moet bij die blazende Jezus niet denken aan dat andere verhaal? Dat verhaal van Zijn blazende vader, de blazende God, dat verhaal uit Genesis waarbij God Zijn adem in de mens blaast:

Toen maakte God, de Heer, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. – Genesis 2:7.

Dus zo, door het blazen van God, werd het stoffelijke wezen de mens, tot bezield stof, aldus de bijbelschrijver. Daarmee wordt nu niet de kwestie van schepping of evolutie op tafel gelegd. De bijbel is immers geen natuurkunde- of biologieboek. Maar daarmee wordt wel het geloof uitgedrukt dat wij weliswaar uit stof gevormd zijn, maar tegelijkertijd meer zijn dan stof, meer dan de materie waarvan wij gemaakt zijn. Naar bijbels besef is de mens geen louter fysische, chemische verzameling organisch en atomair materiaal, maar bezield door God, van aanvang af met God verbonden.

Dit alles wordt nog eens extra onderstreept doordat Johannes, zoals gezegd, in deze vertelling Pasen en Pinksteren op één dag laat vallen. De boodschap van Pasen is immers dat God ons niet voor de dood maar voor het leven bestemd heeft, en dat wij zelfs over de dood heen toch altijd met God verbonden blijven. Hetzelfde zien we ook in die Pinkstersymboliek van het blazen. Ook in het blazen van God ontvangt de mens zijn leven voorgoed uit Gods hand, wordt zo van aanvang af voor altijd met Gods Geest verbonden.

Om zo te zeggen: het is ‘paaslucht’ die Jezus met Pinksteren over zijn discipelen uitblaast. De levensadem van een leven dat ten diepste ontheven is aan het stoffelijke en aan de dood. Paas-adem waarmee verkondigd wordt, beter: waarmee ons ingeblazen wordt, niet dat wij slechts stof zijn en tot stof zullen wederkeren, maar dat wij door God gewild en bedoeld zijn en uit de macht van dood en duisternis bevrijd zijn, op weg naar het Beloofde Paasland van het volle en ware leven.

ds. Ernst Veen

Een boodschap voor iedereen en overal

Een paar jaar geleden sprak ik net voor Pasen met een lieve vriendin over dat feest van de opstanding uit de doden, het hoofdfeest van onze christelijke traditie. Mijn vriendin is zelf van onkerkelijke komaf en is pas op latere leeftijd gelovig geworden - op haar geheel eigen, hevig zoekende maar absoluut integere wijze. Zij kon niet zoveel met Pasen, bekende ze. Voor haar was niet Pasen, maar Pinksteren het hoofdfeest van ons christelijk geloof. Pinksteren, het feest waarop mensen in beweging komen door Gods Geest. Dáár kon ze wat mee. Voor haar was niet het grote ‘en tóch’ van Pasen het belangrijkste, maar het grote ‘en nú wij!’ van Pinksteren.

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. | In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’ | Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. | Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. | Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort.’ | Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden. – Handelingen 2

Dit jaar heb ik haar woorden weer met me meegenomen in de aanloop naar de vreemde Pinksteren van dit jaar, het Pinksteren dat we nog steeds vanuit ons eigen kot moeten vieren. Het is waar: Pasen is het grote mysterie, waar we alleen stamelend en in beelden over kunnen spreken. Eerlijk gezegd begrijp ik zelf, met al mijn theologische bagage, helemaal niets van die opstanding uit de doden van Jezus op Paasmorgen. Het enige dat ik wél weet en bevatten kan, is dat die hele Messiaanse beweging van navolgers van Christus in gang is gezet door datzelfde onbegrijpelijke Pasen. Pasen is het feest van "en tóch!" - tegen de dood in, tegen de verbijstering in over de moord op Jezus Christus op Goede Vrijdag. Pinksteren is het feest van "en nú wij!" - in antwoord op het Godswonder van Pasen. Gods Geest, die sinds het mysterie van Pasen ergens tussen hemel en aarde gezweefd heeft, vindt definitief zijn woonplaats op aarde. In mensen. In mensen zoals wij.

Maar wat is dan die Geest van God? Ook dat is een mysterie waar we alleen in beelden over kunnen spreken. De schrijver van het Pinksterverhaal dat we net hoorden, noemt het: “een geluid als van een hevige windvlaag”; en: “een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten”. Wind en vuur; dat heeft allebei tegelijk iets heel krachtigs en iets heel ongrijpbaars. Waar Jezus Christus, die Gods Zoon genoemd wordt, nog tastbaar op aarde rondliep als één van ons, laat de Geest van God zich kennelijk niet zomaar vangen. In de oorspronkelijke talen van de Bijbel betekent het woord voor Geest eigenlijk ‘wind’ of ‘adem’. De adem van God die nog steeds door de wereld gaat en als vuur mensen aanraakt en aansteekt.

Het Pinksterverhaal gaat over de komst van de Geest; maar direct in het verlengde daarvan legt de schrijver van het verhaal het begin van de gemeenschap van navolgers van Jezus Christus. Het is die ongrijpbare Geest van God die de grondslag vormt voor de tastbare gemeenschap die wij ‘Kerk’ noemen. De Geest, die adem van God, die soms het onmogelijke mogelijk maakt in mensen; die is ook aan ons geschonken, navolgers van Jezus in de 21e eeuw. Als kerkgemeenschap zijn we geroepen om in die Geest te leven. Dezelfde Geest die iets heel nieuws begon op die ochtend van Pinksteren, bijna 2000 jaar geleden. Waar de Geest van God mensen aansteekt, daar begint nieuw leven.

Dat nieuw leven houdt zich niet aan wat wij als mensen allemaal met elkaar verzonnen hebben. Het houdt zich niet aan wat ons in de loop van de tijd vaak zo dierbaar is geworden, dat we er niets aan willen veranderen. Zo is het niet met de Geest. De Geest waait waar Hij wil, zo luidt een heel oude wijsheid.

Op die eerste Pinkstermorgen gebeurt nog iets opmerkelijks: de leerlingen die door de Geest aangestoken worden, beginnen plotseling in vreemde talen te spreken. Mensen uit ieder volk op aarde hoorden de leerlingen van Christus in hun eigen taal spreken over Gods grote daden. De gemeenschap van volgelingen van Jezus geeft hiermee al aan: wat Christus ons te zeggen heeft, is van levensbelang voor ieder mens van welke taal of welk volk ook. Dat betekent ook: welke taal we ook spreken, waar onze wieg ook stond, of die van onze ouders of grootouders: wij zijn zusters en broeders. De Geest van God roept ons om die zuster- en broederschap in alle talen tot dagelijkse, levende werkelijkheid te maken.

Na het grote ‘en tóch’ van Pasen komt het grote ‘en nú wij!’ van Pinksteren. Als gemeenschap van navolgers van Christus leven wij uit de Geest, die op die Pinksterochtend de leerlingen van Christus vervulde. Die ongrijpbare Geest, die ons inspireert tot nieuw leven, leven in navolging van Christus. Leven in en uit vertrouwen, hoop en liefde. Als zusters en broeders vanuit ieder volk op aarde.

Heleen Ransijn

Je loopt toch nooit alleen…

Wat is jouw favoriete pinksterlied? Welk pinksterlied spreekt je het meest aan? ... Als je mij vraagt wat mijn favoriete pinksterlied is, moet ik eerst nadenken. Mijn favoriete kerstlied weet ik meteen. Mijn favoriete paaslied, ook geen probleem. Maar mijn favoriete pinksterlied...? Daar moet ik over nadenken.

Natuurlijk weet ik niet wat jullie nu antwoorden, maar mijn favoriete Pinksterlied is... ehm... is... ehm... is... nou... anders. Niet uit het liedboek, maar toch héél bekend. En op het eerste gezicht heeft dat lied helemaal niets met Pinksteren te maken. Want het is... een voetballied. Meer nog: hét voetballied. ‘You'll never walk alone’.

When you walk through a storm, hold your head up high / And don’t be afraid of the dark /At the end of the storm, there’s a golden sky / And the sweet, silver song of a lark (...) Walk on, walk on
With hope in your hearts /And you’ll never walk alone.

In 1962 vond het wereldkampioenschap voetbal in Chili plaats. De toeschouwers voor de tv-toestellen in Europa beleefden iets raars: de Zuid-Amerikaanse supporters in de stadions in Chili zongen. Ze zongen heel veel, heel vaak, heel hard. Dat was ongebruikelijk in Europese stadions. De supporters dáár applaudisseerden, ze schreeuwden, ze floten, maar ze zongen niet. Maar nu, via de tv, kwam het gezang ook naar de Europese stadions. De Europese supporters namen die gewoonte over en begonnen te zingen.

Ook in Liverpool, in het stadion aan de Anfield Road. Vóór iedere wedstrijd klonk uit de luidsprekers altijd het nummer één van de Britse hitlijst van de betreffende week. Want de nummer-één-hit, die ken je, die kun je meezingen. En de supporters zongen mee. Dat ging zo door tot 1963. Toen stond ‘You'll never walk alone’ aan de top van de Britse hitlijst. En dat lied viel bij de supporters van Liverpool zo zeer in de smaak, dat ze het bleven zingen. Iedere keer, bij iedere wedstrijd. En van Liverpool namen de voetbalsupporters elders het lied over.

‘You'll never walk alone’ past bij het voetballen. Want het drukt gemeenschap uit, saamhorigheid. De gemeenschap van een team, de saamhorigheid van een club. Maar het raakt ook diepere lagen van ons bestaan: de behoefte aan hoop en troost. Dat je weet dat je niet alleen bent, ook en juist niet in de donkere, moeilijke tijden van je leven.

Je kunt ook lijnen trekken van ‘You'll never walk alone’ naar bijbelse teksten. Psalm 23 bijvoorbeeld: “Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed.” Oké, het gaat in psalm 23 niet over voetballen, maar om herders en schapen, maar eigenlijk lijken de twee wel op elkaar.

Aan ‘You'll never walk alone’ zijn vele verhalen verbonden. Eén wil ik vertellen. En natuurlijk - ik ben Duitser - komt het uit Duitsland. Uit de Bundesliga. Het is het seizoen 2001. De laatste dag van de competitie. Twee clubs hebben de kans om kampioen te worden: Bayern München (zoals altijd) en Schalke 04 uit Gelsenkirchen, traditioneel de club van de mijnwerkers en staalarbeiders. Schalke speelt thuis, Bayern München speelt in Hamburg. 90 minuten blijft het spannend. Schalke heeft de leiding, Bayern in Hamburg: gelijkspel. Als dat zo blijft, wordt Schalke kampioen. Eindelijk. Eindfluit in Schalke. Schalke wint. Nu even wachten op de uitslag van Hamburg. Eindfluit in Hamburg. Gelijkspel. Schalke is kampioen, voor het eerst sinds 43 jaar. De supporters jubelen en juichen. En dan: verkeerde informatie, de match in Hamburg gaat nog door. Het is al de naspeeltijd. En, in de laatste seconde: doelpunt voor München. Bayern is kampioen, Schalke tweede.

Er valt een stilte. ... De spelers kunnen het niet geloven. Ze liggen op het veld, ze huilen. De teleurstelling kent geen einde. En nog steeds - stilte. Hoe reageren de supporters op de tribunes? Verwijten zij de spelers dat zij het niet gehaald hebben? Woede? Neen. De supporters beginnen te zingen. Zachtjes eerst, maar steeds harder: ‘You'll never walk alone’. Ook nu, juist nu, horen we bij elkaar. Je bent niet alleen.

Over Pinksteren kun je heel veel zeggen. Over de Geest van de Waarheid, de vruchten van de Geest, de Geest als deel van de Drieëenheid, Pinksteren als geboorte van de kerk. Maar dat zijn details. De essentie is: ‘You'll never walk alone’: God is mét ons door zijn Geest. Hij is door zijn Geest aanwezig in onze wereld en in ons leven, ook en vooral in donkere en moeilijke tijden. Dat is de essentie van Pinksteren: ‘You'll never, never, never walk alone’.

ds. Stefan Gradl

31/05/2020

Voor een tijd een plek voor God

De meeste wettelijke feestdagen in België zijn gebaseerd op de grote feesten van de kalender van de christelijke kerk. Het voordeel daarvan is dat ze vaak op een vaste dag in de week vallen en niet op een specifieke datum. Maar het blijft opmerkelijk dat de Hemelvaartsdag ook voor de meeste gelovigen niet veel méér is dan de start van een verlengd weekend. In de meeste protestantse gemeenten wordt er geen kerkdienst gehouden op deze dag. Alsof we er een beetje mee in onze maag zitten.

Dat zou natuurlijk kunnen komen, omdat het bijbelse getuigenis over dit feest maar heel beperkt is. Kijk het maar eens na: in de meeste evangeliën komt de Hemelvaart überhaupt niet voor. Bij Matteüs vinden we wel het zendingsbevel aan het eind van het evangelie, als Jezus afscheid neemt van zijn leerlingen, maar er wordt niet vermeld waar Hij blijft - al vult natuurlijk de geoefende bijbellezer de gegevens uit andere bronnen hierbij aan en veronderstelt als vanzelfsprekend dat de evangelist het over de Hemelvaart moet hebben. Marcus noemt de Hemelvaart alleen in het tweede slot, dat door de meeste bijbelgeleerden als een latere toevoeging wordt beschouwd, Johannes zwijgt er in alle talen over. En zo blijft alleen Lucas nog over.

Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem. Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed.’ | Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen. Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel. Ze brachten hem hulde en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem, waar ze voortdurend in de tempel waren en God loofden. - Lucas 24:46-53

Lucas vertelt ons inderdaad in enkele verzen over de Hemelvaart, maar lijkt de hele episode op de avond van de eerste Paasdag te situeren. Onze gewoonte om de Hemelvaart 40 dagen na Pasen te vieren komt dan ook niet uit de evangeliën, maar uit de Handelingen van de apostelen, het tweede boek van Lucas, dat enkele extra details over dit gebeuren overlevert.

Toch is het waarschijnlijk niet de wat wankele bijbelse basis voor dit feest, op de donderdag 10 dagen vóór Pinksteren, dat ons tegenhoudt om het uitbundig te vieren. Want het ligt voor de hand om te vragen wát we hier eigenlijk te vieren hebben. Met Goede Vrijdag hebben de leerlingen van Jezus de grootste teleurstelling van hun leven beleefd. Hun leermeester, degene van wie zij vast geloofden dat Hij de Messias was die Gods beloften aan Israël zou vervullen, was ter dood gebracht. En daarmee was hun mooie droom over, alles leek voorgoed voorbij. Totdat de eerste Paasdag aanbrak en het graf leeg bleek te zijn. Een aantal keren ontmoeten ze de Heer, zodat ze het durven te geloven dat Hij is opgestaan en dat toch alles goed zal komen. Ja, en dan komt die Hemelvaart, die hen toch weer op zichzelf terugwerpt. Hij die heeft beloofd om hen niet als wezen achter te laten, verlaat de aarde. En daar staan ze dan, zonder meester, alleen. Dat is toch niet iets om te gaan vieren?! Dat ze voor de tweede keer in korte tijd van hun meester gescheiden zijn?! Waar was dat nu eigenlijk goed voor?

Een collega haalde ooit als antwoord een citaat uit de brief aan de Hebreeën aan, waar staat dat Christus het hemels heiligdom is binnengegaan om voor ons verlossing te verwerven (Hebreeën 9:12). Maar ik heb altijd geloofd dat Zijn sterven op Golgota daarvoor toereikend was, een offer dat geen enkele aanvulling meer nodig had. En de Apostolische geloofsbelijdenis brengt de Hemelvaart in verband met de plek aan Gods rechterhand die Jezus nu bekleedt om straks terug te keren voor het laatste oordeel. Ja, die plek aan Gods rechterhand, de ereplaats die aan de troonopvolger toekomt. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen, en het ligt ook typisch in de lijn van de theologie van Lucas dat bij God alle aardse hiërarchieën eenvoudigweg worden omgekeerd, de minste komt op de troon, de meest verachte krijgt de hoogste eer. Maar een troonopvolger, iemand die na de dood of de troonsafstand van God Zijn plaats inneemt, daar kan ik me in dit geval niet veel bij voorstellen. Dat is iets anders natuurlijk als het gaat om de wederkomst die het herstel van Gods orde op aarde inluidt, Zijn koninkrijk van recht en vrede. Ook al blijft dan de vraag onbeantwoord waarom dat dan niet direct kon gebeuren, waarom eerst weggaan om daarna nog eens terug te moeten komen? Ik heb bovendien de indruk dat dit hele idee van die wederkomst bij velen ook niet bepaald populair is, omdat daar de gedachte van het oordeel aan vast zit. En wij zijn verleerd om dat te zien in het licht van het herstel van Gods orde, waarbij de mensen op de plek terechtkomen waar ze thuishoren, in plaats van de plek die ze zich toegeëigend hebben. Waar die hele gedachte voor de eerste christenen een bron van troost en blijde verwachting was, is het nu eigenlijk eerder iets om angst voor te hebben, omdat dan alles uitkomt waar iedereen in tekort is geschoten en bovendien een lelijke streep door al de mooie plannetjes voor onszelf.

Blijft de vraag wat dan toch de reden is om Hemelvaart op de kerkelijke feestkalender te zetten. En voordat we besluiten om de klok maar gewoon terug te draaien en een andere feestdag op de lijst van wettelijke feestdagen op te nemen - het Suikerfeest misschien, om te laten zien dat België een multireligieus land is geworden? - wil ik er even met u bij stilstaan hoe het gegaan zou kunnen zijn als er geen Hemelvaart was geweest, als Jezus voor altijd bij zijn leerlingen zou zijn gebleven. Ik denk dat er dan van het christendom niet veel terecht zou zijn gekomen. De rabbi zou zijn volgelingen zijn blijven onderwijzen en zij zouden gretig zijn woorden in zich hebben opgenomen. Maar daar was het bij gebleven. Door het afscheid hebben de discipelen zich gedwongen gezien om een volgende stap te zetten. Om de positie van het leerling-zijn te verlaten en zelf getuigen te worden, de boodschap van Jezus in hun eigen woorden en daden de wereld in te dragen. Want het gaat tenslotte om de aarde bij alles wat er in de evangeliën geschreven staat. Het gaat erom dat de menselijke samenleving weer naar Gods model wordt vormgegeven, met gerechtigheid en onderlinge liefde als maatstaf voor alles. Daarvoor is het nodig dat we op eigen benen kunnen staan, eigen beslissingen kunnen nemen in het licht van Gods genadige toewending naar mensen. En het bijzondere is dat de Heer ons zelf daartoe aanmoedigt. Dat Hij ons tot zijn getuigen benoemt en ons daartoe zijn zegen meegeeft als volmacht om in zijn naam te handelen, maar ook als opdracht om kritisch te staan tegenover alles wat niet deugt en de medemenselijkheid niet dient. Zo kun je zeggen dat de Hemelvaart eigenlijk het feest is van Gods geloof in ons, als zijn getuigen, zijn gemeente. En dat is eigenlijk iets fantastisch. Iets om vanuit te leven, iets om te vieren, jaar na jaar.

ds Jelle Brouwer

24/05/2020