• banner1

Delen is vermenigvuldigen

Toen Jezus hiervan hoorde, week hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze hem over land. Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken. | Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’ Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’ Ze antwoordden hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’ Hij zei: ‘Breng ze mij.’ En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld. - Matteüs 14:13-21

Vijf broden en twee vissen die op een geheimzinnige manier meer worden, als een schepping uit het niets. Voor veel mensen zijn het verhalen zoals dit die maken, dat ze er niet meer in kunnen geloven. Dat heel die blijde boodschap van het Christendom hun te veel wordt, en dat ze daarom afscheid nemen van geloof en kerk omdat die in hun ogen gebouwd zijn op ‘heilloze bakerpraat en verzinsels’ (1 Timoteüs 4:7). In het midden van de vorige eeuw ontstond er een stroming onder theologen die dat probleem serieus wenste te nemen. Zij zagen de oplossing erin om alle mythologische taal uit de Bijbel te verwijderen. Dat was immers in hun ogen niet meer dan een manier van spreken, een verpakking om de eigenlijke boodschap heen. En in onze moderne tijd werkt zo’n verpakking eerder contraproductief. De naam van Rudolph Bultmann blijft onlosmakelijk met deze stroming verbonden. Zo’n onderneming past ook goed bij de manier waarop wij intussen naar de wereld hebben leren kijken. De verwondering heeft plaats gemaakt voor een steeds groeiend vermogen om de dingen te begrijpen.

En wat begonnen is als een wetenschappelijke methode, namelijk om te proberen om alle verschijnselen te verklaren zonder daarbij direct een beroep te doen op een hogere macht, leidde van lieverlee tot een wereldbeeld waarin geen plaats meer was voor God. De oppervlakkige waarneming, de reductie van de werkelijkheid tot dat wat kan worden gezien en gemeten, onttoverde onze werkelijkheid en beroofde ons van de relatie met God en met elkaar die als een schat onder de oppervlakte verborgen ligt. Begrijp me niet verkeerd: het is me er niet om begonnen om de resultaten van de wetenschap verdacht te maken. Het is immers geen pretje om te leven in een wereld waarin je hulpeloos aan de grillen van allerlei goddelijke machten bent overgeleverd. De verklaring van onweer als het gevolg van elektrische ladingen in de wolken, maakt ons minder angstig dan de gedachte aan een god die in zijn woede de mensen wil straffen voor een fout waarvan zij zich niet bewust zijn. Maar dat is ook niet de God die ons vanuit de Bijbel wordt verkondigd.

Als het er op aankomt, is de Bijbel de eerste die aan ‘ontmythologisering’ doet. Als je het eerste verhaal leest, van het ontstaan van hemel en aarde, dan lees je als moderne mens gemakkelijk over de aanstootgevende details heen. Maar om het op te schrijven zoals het er staat, met een God die alles schept om aan de mens een leefbare wereld te geven, die zon en maan en sterren opprikt aan het hemelgewelf en die aan zee en land hun grenzen toewijst, daarmee toon je een - in die tijd - verontrustend gebrek aan respect voor al die andere machten en krachten die in de omringende landen als goddelijk werden aanbeden. De zon is niet een god die angst moet inboezemen omdat hij je kwaad wil doen en de maan evenmin - ze zijn niet meer dan lichtjes aan de lucht die helpen om de tijd te meten. Natuurlijk, in het Scheppingsverhaal verdwijnen niet alle goden achter de horizon. Eentje blijft er over, de Levende, de Heer, die God die hart voor mensen heeft en niets liever wil dan dat zij vrij zijn.

Dat merk je ook in het tweede verhaal dat ik als voorbeeld wil aanhalen, de geschiedenis van de doortocht door de Rietzee. Als het volk Israël door de Heer is uitgeleid uit het Egyptische slavenbestaan, en dan vastloopt op het water van de Rietzee, de legers van de Farao in de rug, dan gebeurt daar een wonder als het water splijt en ze over droge grond naar de overkant kunnen trekken. Maar de Bijbel zelf geeft daar een dubbele oorzaak voor aan: de Heer liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien (Exodus 14:21). Als natuurkundige verklaring wordt de wind aangewezen, maar daarachter ziet de bijbelschrijver de hand van God. Het is niet altijd òf-òf. Ook achter dingen die heel goed wetenschappelijk te verklaren zijn, kun je soms de hand zien van die God die mensen nabij is. Het is niet nodig om alleen die dingen aan God toe te schrijven die anders niet te begrijpen zijn - dan is het geen wonder als er hoe langer hoe minder ruimte voor Hem in ons wereldbeeld overblijft en Hij hoe langer hoe verder naar de rand van onze werkelijkheid schuift, totdat Hij tenslotte achter de horizon verdwijnt. Maar ook het omgekeerde gaat in mijn ogen niet op: dat je alles wat zich niet wetenschappelijk laat uitleggen als vrome fantasie moet afdoen en als een onmogelijkheid uit de Bijbel moet schrappen. Dan houd je niet veel meer dan een moralistisch geschrift over, dat probeert om mensen vooral braaf te laten zijn en hun fatsoen te laten houden.

Dat alles heeft consequenties voor hoe je bovenstaande schriftlezing leest en uitlegt. Een ontmythologiserende uitleg zal er de nadruk op leggen dat daar toch - volgens Matteüs uit handen van Jezus’ leerlingen - vijf broden en twee visjes waren, en dat dat gebaar van delen zo aanstekelijk werkte, dat alle anderen die voedsel mee hadden dat er ook bij legden. En dan kom je uit op een boodschap als van Leef58.nl, naar Jesaja 58, gericht op armoedebestrijding vanuit een christelijke inspiratie.

Maar ik geloof dat de Bijbel ons er meer mee wil zeggen dan dat we vooral met elkaar moeten delen. Het heeft te maken met de manier waarop God met mensen wil omgaan. Met de manier waarop Hij Zijn Koninkrijk op aarde gestalte geeft. Dat ligt in de lijn van die verhalen waar ik al eerder naar verwees, van de schepping van een aarde waarop het leven goed is, van de bevrijding van alle machten die knechten en onderdrukken. Dat ligt in de lijn van de verhalen van overvloed die we ook in het Eerste Testament al lezen, rond Elia en Elisa (2 Koningen 4:42 e.v.). God biedt ons de mogelijkheid om daarin mee te gaan. Hij maakt gebruik van onze mogelijkheden, hoe beperkt en feilbaar wij ook zijn. Keer op keer mislukken wij in onze opzet om de wereld te verbeteren en een goede toekomst te scheppen. Maar als we onze kleine bijdrage de Heer in handen geven, vult Hij aan wat ons ontbreekt, totdat we in een geheelde wereld leven. Hij roept ook ons op, in het verlengde van Zijn leerlingen, om de mensen te eten te geven. Wij spelen een rol in het wonder dat Hij bezig is tot stand te brengen, het wonder van een nieuwe aarde, een Koninkrijk van recht en vrede. Dat is niet een zaak van of-of, rijk van God of wereld van mensen, mirakel of mensenwerk. Onze inzet is bruikbaar voor God. Van ons wordt niet het onmogelijke gevraagd, alleen de grondstoffen waarmee God aan het werk kan om deze wereld leefbaarder te maken, menswaardiger. Wij hoeven alleen ons kleine steentje bij te dragen, waarmee Hij verder kan bouwen. Zodat straks iedereen echt reden heeft om Hem dankbaar te zijn voor de overvloed die Hij ons wil bieden.

ds. Jelle Brouwer

02/08/2020