• banner1

De weg van het Koninkrijk

Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn. De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’”’ - Matteüs 13:24-30

Daarop stuurde hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en vroegen: ‘Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’ Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren! - Matteüs 13:36-43

De gelijkenis die u net las, is echt wel een verhaal voor de zomer, als het graan op de akker staat en de boeren leven in afwachting van de oogst. In het Galilea van de eerste eeuw van onze jaartelling was dat een spannende aangelegenheid. Want je wist maar nooit of er geen onkruid tussen je graan terecht gekomen was. De oorspronkelijke Griekse tekst van het Matteüs-evangelie noemt heel specifiek het soort onkruid, zodat het eigenlijk vreemd is dat er in de vertaling gewoon maar ‘onkruid’ staat. Zizania, een verbasterd woord uit het Aramees, de taal die Jezus gesproken zal hebben. Ratelgras in het Nederlands. Een hardnekkig akkeronkruid dat tot op de dag van vandaag een plaag is voor graanboeren in die regio. Je ziet pas wat tarwe is en wat ratelgras, op het moment dat ze aren gaan vormen. En bovendien raken de wortels van het ratelgras al gauw helemaal vergroeid met de wortels van de tarwe. Zodat je het gras niet kunt uittrekken zonder de tarwe veel schade aan te doen. Het middel is dan erger dan de kwaal. Het beeld dat Jezus schetst in deze gelijkenis, zal heel herkenbaar geweest zijn voor zijn toehoorders.

Maar voor ik verder ga met deze landbouwkundige praat, zou ik eerst terug willen gaan naar de allereerste zin van de evangelielezing. Dat is een zin waarmee een groot deel van de gelijkenissen uit het Matteüs-evangelie begint. De moeite waard dus om bij stil te staan. “Het is met het koninkrijk van de hemel als….” Ho. Wacht eens even. Koninkrijk van de hemel? Wat bedoelt u daarmee?

Voor een antwoord op deze vraag moeten we terug naar de tijd waarin het Matteüs-evangelie is ontstaan. Dat was een tijd van militaire bezetting door de Romeinen. Vreemde soldaten op straat, die een andere taal spraken en die zo maar je huis konden binnenvallen als ze daar zin in hadden. Of je land inpikken. En als je in verzet kwam, dan was je je leven niet meer zeker.

Want of het nu de 21e eeuw of de eerste eeuw van onze jaartelling is: de wereld wordt geregeerd door macht en geweld. Toen het Romeinse Rijk, nu de grootmachten van onze tijd. Niets nieuws onder de zon.

Voor de evangelist Matteüs en zijn publiek uit die tijd, zal de Romeinse bezetting echt een vreemde overheersing geweest zijn. Waar onderdrukking heerst, ontstaat verlangen naar een leven waarin het ánders is. Dat verlangen naar een ándere wereldorde, dat was ook onder de eerste christenen springlevend. Het Koninkrijk van de hemel tegenover het Rijk van de Romeinse machthebber. Want het móét toch anders kunnen. En voor Matteüs is het ook wel duidelijk hóé: door trouw aan de geest van Jezus Christus. Dat was toen; maar ook nu nog, bijna 2000 jaar later, staat dat Koninkrijk voor onze ogen als een perspectief van hoe het ánders kan. Ook nu nog is het een cruciale vraag: in welke wereldorde wil ik leven? Die van de macht en geweld, van het recht van de sterkste? Of die van Jezus Christus, waarin juist de boventoon wordt gevoerd door gerechtigheid en barmhartigheid voor de kwetsbaarste mensen in de samenleving? Dat Koninkrijk van de hemel, waar geleefd wordt in de geest van Christus, dat wordt ons door Matteüs voor ogen gesteld als een perspectief en als een visioen. We weten niet wanneer het komt, óf het ooit komt zoals wij het ons voorstellen. Maar het is een visioen dat aan ons leven richting en hoop kan geven. Dat het anders moet en anders kan dan de wereldorde van macht en geweld.

Maar zelfs in dat Koninkrijk gaat het kennelijk niet om een hemel op aarde, waarin alleen maar heil bestaat en het kwaad helemaal is uitgebannen. Het gaat nog steeds over onze reële wereld. Het kwaad, het onheil, komt nog steeds voor. Goed zaad is er gezaaid door de Mensenzoon, de gedelegeerde van God. Het goede, heilzame leven, dat is ons mensen geschonken. Maar zoals het in onze menselijke realiteit gaat: er zit ook onkruid tussen. En zoals het ratelgras tussen de tarwe, is het onderscheid vaak lastig te maken, en lijken heil en onheil wel uit dezelfde wortel voort te komen. Maar, zo wordt duidelijk uit de uitleg die Jezus later geeft: het uiteindelijke onderscheid maken tussen tarwe en ratelgras, dat is aan de boden van de Mensenzoon, van Christus zelf. Het oordeel over wie kinderen van het Koninkrijk zijn en wie kinderen van het kwaad: het is niet aan ons mensen. Hoe zou dat ook kunnen? Zelf hebben we, als onvolmaakte mensen, het goede én het kwade in ons. Dat onderscheid tussen tarwe en onkruid, dat in deze gelijkenis zo helder gemaakt wordt, bestaat dat in de praktijk eigenlijk wel zo absoluut - als het om mensen gaat? Ik heb daar zo mijn twijfels over. Hoe vaak komt het niet voor dat een mens bekend staat om de goede dingen die hij of zij doet - en tegelijk zijn of haar naaste medewerkers het leven onmogelijk blijkt te maken. Hoe vaak heb ik niet meegemaakt dat iemand die verslaafd was of dakloos, die alles had gedaan wat God en mensen verboden hadden - dat die zo’n prachtige mens bleek te zijn op het moment dat ie de kans kreeg om die schoonheid te laten zien.

Wij zijn mensen van onkruid én tarwe. En het is maar al te vaak zo moeilijk om te onderscheiden waar de tarwe eindigt en het onkruid begint. Eigenlijk kun je dat pas zien, als ze vrucht beginnen te dragen, als de oogst nadert. In de uitleg van de gelijkenis stelt Jezus die oogst voor als het moment van de voltooiing van de wereld: het ‘uur van de waarheid’. Niet zomaar een moment, maar het moment dat het er écht op aankomt. Dat er gekozen móét worden. Kiezen we dan voor leven in de geest van het Koninkrijk, de geest van Christus, of leven in de geest van het kwaad, van de macht en het geweld? De geest die juist tegenover die van het Koninkrijk van de hemel staat? Ga ik, ga jij, gaan wij mee op de weg van de minste weerstand, de weg die snelle en afdoende oplossingen in het vooruitzicht stelt, de weg van macht en geweld? Of durven we het aan om een andere weg te gaan? De weg van het geduldige en vaak zo ondankbare werk van het zoeken naar het goede leven voor allen? De weg die geen onschuldige mensen veroordeelt omdat ze tot een minderheid behoren. De weg die zegt tegen mensen die in de knel zitten: we gaan samen.

De weg van die mens uit Nazareth, in wie God ons dichtbij is gekomen - dichterbij dan in enige andere mens. De weg, kortom, van Gods barmhartigheid en liefde.

Wie deze weg gaat, is zich maar al te goed bewust van de gebrokenheid van onze wereld. Onze wereld waarin het graan vaak lijdt onder het onkruid, dat immers de groei van het graan belemmert. Dat is de realiteit in deze wereld van ons. Maar waar je voortijdig naar middelen grijpt om het onheil ‘met wortel en tak’ uit te roeien, wordt maar al te vaak ook alles wat heilzaam is het slachtoffer. Er wordt ons gevraagd om geduld. Geduld om het uit te houden met het onkruid tussen het graan. Maar midden in deze gebroken wereld is ons óók een perspectief, een wegwijzer gegeven: het visioen van het Koninkrijk van de hemel. Het Koninkrijk waarin de geest van Christus de boventoon voert, tegen alle macht en geweld in. Waar brood en liefde is, genoeg voor allen. Dáár is het Koninkrijk.

Laat wie oren heeft, goed luisteren.

Heleen Ransijn

19/07/2020