• banner1

(G)een beetje vrede

Onze wereld wordt beheerst door tegenstellingen. De Black Lives Matter beweging legt het racisme bloot dat niet alleen de Verenigde Staten, maar ook onze Europese manier van denken maar al te vaak beïnvloedt. Demonstraties en tegendemonstraties, inclusief het misbruik door gewelddadige plunderaars, zetten de verhoudingen op scherp. Al dan niet religieus gemotiveerd terrorisme maakt nog steeds slachtoffers onder mensen die als bedreigend worden ervaren. En op politiek vlak probeert men elkaar soms met woorden af te maken. Geen wonder dat de wereldgeschiedenis in de eerste plaats een aaneenschakeling van oorlogen en veldslagen is, als je onze geschiedenisboekjes mag geloven.

Kennelijk hebben mensen het nodig om zich tegen anderen af te zetten, hun identiteit af te grenzen om te definiëren wie ze zelf zijn. Man of vrouw, zwart of wit, links of rechts, gelovig of atheïst en ga zo maar door. Als je vraagt wat eigenlijk een protestant is, dan is de kans groot dat je een lijstje met van die grenzen krijgt. Geen atheïst, maar gelovig. Gelooft in God, maar is geen islamiet. Een christen, ja, maar geen Rooms-katholiek. Het zegt vooral veel over wat een protestant niet is - zoals die stroming in de theologie die vasthoudt dat je over God alleen in ontkenningen kunt spreken. Maar het zegt niets over waar een protestant wel voor staat - en dat is toch misschien wel het belangrijkste. Nu moet u ook niet verwachten dat ik daar hier het laatste woord over ga zeggen. Daarvoor zijn we misschien ook onderling te verschillend. En dat kan en mag het onderwerp van een overdenking niet zijn, want protestanten hechten eraan de Bijbel te laten uitspreken zonder hem af te kappen of in de rede te vallen met eigen ideeën en theorieën.

Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard. Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden. | Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft. Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden. En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’ - Matteüs 10:34-42

En juist de Bijbel laten uitspreken zonder weglatingen of eigen theorieën, maakt het hier niet gemakkelijk. Want het beeld van Jezus dat in bovenstaande evangelietekst wordt geschetst, komt niet overeen met de voorstelling die ons in de loop van de tijd zo dierbaar geworden is, die van de vriendelijke, zachtmoedige mens die voor iedereen een goed woord had, de Vredevorst waar de profeet Jesaja al naar uitzag, degene die verzoening brengt, niet alleen tussen God en mensen, maar ook tussen mensen onderling, en die alle tegenstellingen overbrugt. “Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus”, zou de apostel Paulus aan de christenen van Galatië schrijven (Galaten 3:28). Hoe bestaat het dan, dat we Hem hier horen zeggen dat Hij niet is gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard? Dat Hij een wig drijft tussen de mensen die het dichtst bij elkaar staan, de leden van eenzelfde gezin?

Nu weten we allemaal wel dat het in de praktijk zo heeft uitgewerkt. Nog steeds kan een nieuw perspectief tot kerkscheuringen leiden, die dwars door families heen gaan en diepe wonden slaan. De geschiedenis van het protestantisme kent daar meer dan genoeg beschamende voorbeelden van. Maar het klinkt alsof het de bedoeling van Jezus is geweest, alsof Hij opzettelijk mensen tegen elkaar opzet. Intussen denk ik dat we het zo niet moeten lezen.

Het evangelie werkt zó op mensen in, dat ze anders in het leven komen te staan. Ze gaan met andere ogen naar de werkelijkheid kijken en leggen andere accenten. Dát is waar Jezus op uit is. In de Hebreeënbrief wordt het zo gezegd: “Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard” (Hebreeën 4:12). Doordat mensen zich op Christus, en zo op God gaan oriënteren, ontstaat er een verschil van perspectief, waartussen geen compromis mogelijk is. Zoals Jezus tegenstand opriep en door de autoriteiten uit de weg is geruimd als een lastpost en een dwarsligger, zo is het onvermijdelijk dat ook Zijn volgelingen in dat lot zullen delen. De vroege christenen hebben dat aan den lijve ervaren en hebben deze woorden van Jezus dan ook als een troost ervaren, als een teken dat ze op de goede weg waren.

Let wel: Jezus roept nergens op om zelf het zwaard op te nemen en geweld te gaan gebruiken. Hij vraagt trouw, een toewijding die sterker is dan de banden van het bloed, een toewijding die zelfs de dood onder ogen durft zien, zoals Hij zelf voor die uiterste consequentie niet terugschrok. Dat is nogal wat. Is dat nu nog nodig, om zo onverzettelijk in het leven te staan? In ons deel van de wereld zul je toch niet gauw je leven op het spel moeten zetten om christen te zijn? Moeten we echt zó radicaal spreken en preken en ons zó afzetten tegen iedereen die niet tot onze eigen groep behoort?

Ik denk dat we ons vergissen als we zouden denken dat het in deze verzen gaat om de tegenstelling tussen kerkelijke mensen en buitenstaanders, om het christendom zoals dat zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld en dat zich bovenal kenmerkt door leerstellingen en theologische posities. De laatste verzen van onze evangelielezing geven aan dat je daar niet aan moet denken. Jezus heeft het oog op een praktische levenshouding die uitkomt in de alledaagse dingen. Het gaat er om Hem te volgen op de weg van Zijn Koninkrijk - dat Rijk van “gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest” (Romeinen 14:17). U leest het goed: het gaat om inzet voor gerechtigheid en vrede. Juist daardoor wordt er zoveel weerstand uitgelokt dat anderen met zwaarden klaarstaan.

Maar het is niet de opdracht aan de leerlingen die Jezus eropuit stuurt, om anderen met geweld tegemoet te treden. Zij moeten het evangelie brengen, het goede nieuws dat deze wereld niet voorgoed in een kringetje zal ronddraaien, niet voorgoed gevangen zal zitten in een spiraal van uitsluiting en geweld. En zij mogen zich daarbij laten inschakelen, zij mogen zelf tot teken zijn dat het anders kan. Niet door zich met hand en tand te verzetten tegen alle onrecht dat de wereld teistert: het zal niet lukken om alles wat in de loop der eeuwen is scheefgegroeid en scheefgetrokken in één keer recht te zetten. Het is veeleer hun, nee, ónze roeping om de weg van Christus te gaan, om aan de mensen rondom ons te tonen dat het wél mogelijk is om met liefde en respect met elkaar om te gaan en zo de tegenstellingen te boven te komen. Om de vrede voor te leven, zelfs als ons dat offers kost. En om zo tekens te stellen van die andere wereld waar we in geloven, dat Rijk van God waar de saamhorigheid overheerst.

Er wordt niet van ons gevraagd om direct een nieuwe wereld te bouwen, maar om vast een begin te maken met het leven volgens de richtlijnen die God gegeven heeft, te leven vanuit de liefde voor de Heer en al Zijn schepselen. Een beker koud water voor wie dreigt te bezwijken van de dorst, dat kan al volstaan. Want het is door zulke kleine daden van verbondenheid dat God stap voor stap Zijn Rijk gestalte laat krijgen, totdat de hele wereld vervuld is van Zijn vrede, “het recht stroomt als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek” (Amos 5:24).

ds Jelle Brouwer

28/06/2020