• banner1

Wie is een held?

Overdenking Wie is een held 1Hősök tere, het Heldenplein, is een belangrijk plein aan de rand van de binnenstad van Boedapest. Erachter ligt het grote stadspark. Links en rechts van het plein zijn er belangrijke musea voor schone kunsten. Het centrum van het plein wordt gevormd door het heldenmonument: een halfrond van zuilen met tussenin de standbeelden van veertien helden uit de Hongaarse geschiedenis. Deze veertien helden zijn allemaal mannen. En bijna alle helden van dit plein hebben met gewapende strijd te maken. Het zijn koningen die een belangrijke slag hebben gewonnen. Of het zijn revolutionairen die zich verzetten tegen de heerschappij van de Habsburgers over de Hongaren. Helden, dat zijn soldaten, krijgsmannen. Dat is de boodschap van Hősök tere, van het Heldenplein.

In de afgelopen twee maanden is onze visie over helden veranderd. Een held, dat was opeens de kassierster in de supermarkt die - in het begin zonder plastic scherm - haar werk doet, ondanks alle onzekerheden rond het virus, ondanks het gevaar van besmetting. Of de dokters, de verplegers en verpleegsters in de ziekenhuizen.

Overdenking Wie is een held 2Een andere afbeelding laat onze nieuwe visie over helden zien. Ze toont een schilderij van Banksy, de beroemde Britse straatkunstenaar die vaak 's nachts ergens op een muur een schilderij achterlaat. Afgelopen woensdag dook dit schilderij op in een ziekenhuis van de Britse National Health Service in Southampton. Een kleine jongen speelt met zijn speelgoed. De heldin waar hij mee speelt, is… een verpleegster. Rechts onderaan, in de prullenbak, liggen de oude helden: Batman en Spiderman. Het jongetje heeft geen aandacht meer voor ze. Batman en Spiderman zijn de helden van gisteren, vandaag is de verpleegster de superheldin.

Maar wat maakt de verpleegster of de kassierster in de supermarkt tot helden? Gewoon dat ze hun werk doen, ondanks alle obstakels en moeilijkheden. Ze doen wat nodig is. Dát maakt ze tot helden.

In het evangelie van Johannes lezen we volgende woorden van Jezus Christus:

'Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zul ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben. Jullie kennen de weg naar waar ik heen ga.' Toen zei Tomas: 'Wij weten niet eens waar u naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?' Jezus zei: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf gezien.' Daarop zei Filippus: 'Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.' Jezus zei: 'Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je me niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet. Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers naar de Vader. En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal ik het doen. – Johannes 14:1-14

Er lijkt helemaal geen verband te bestaan tussen deze tekst en die helden. En toch...

Kijken we nog eens naar deze tekst. Het is een ingewikkelde tekst, zoals vaak bij Johannes. Het is een stukje uit een toespraak van Jezus. En Jezus praat over van alles en nog wat: over de Vader, over zichzelf, over geloof en vertrouwen, over bidden, over de leerlingen. En zelfs als je aandachtig leest, vraag je je aan het einde af: waar heeft Jezus het over gehad? Wat wou hij eigenlijk zeggen?

Kijken we naar de situatie waarin Jezus zijn toespraak houdt; misschien helpt dat verder. Jezus houdt zijn toespraak in een situatie van verandering. Voor zijn leerlingen zal het leven binnenkort diepgaand veranderen. Niets zal meer zijn zoals het was. Wat vertrouwd en gewoon was, zal verdwijnen. Jezus, die weet wat nog komen zal, neemt afscheid van zijn leerlingen. Hij bereidt hen voor op de veranderingen die hen te wachten staan, op de uitdagingen die gaan komen. Hij bereidt hen voor op zijn afscheid, op de tijd waarin hij niet meer onder hen aanwezig zal zijn. Hij bereidt hen voor op de kruisiging, op de opstanding. Maar daar houdt niet mee op.

De leerlingen zullen de taak hebben het evangelie te verkondigen. Ze zullen met de Joden discussiëren over de rol van Jezus Christus en de waarheid van het geloof. Ze zullen onder de heidenen het goede nieuws van Jezus verspreiden. En aan de horizon zie je al vaag het gevaar van de christenvervolging door de Romeinen.

Jezus bereidt zijn leerlingen op deze toekomst voor. En zijn doel is: bemoedigen en troosten. 'Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij.' Daarmee is de toon gezet. Dat is de grondtoon. En daar zit iets in wat boven de concrete situatie van toen uitstijgt. Het is een algemene waarheid: Wie een volgeling van Jezus is, hoeft niet ongerust te zijn, wat en hoe dan ook.

Jezus wil zijn leerlingen geruststellen. En hij straalt zelf rust uit. Hij lijkt helemaal niet ongerust te zijn om wat met hem zal gebeuren. En de bron van die gerustheid is de verbondenheid met de Vader. Later in zijn toespraak heeft Jezus het over Pinksteren, over de komst van de Geest, de Trooster. De troostende, bemoedigende, inspirerende Geest. In de komende veranderingen zijn de leerlingen niet alleen. De band met Jezus, met de Vader, met de Geest zal hun de kracht geven om de uitdagingen aan te gaan. De leerlingen hoeven niet bang, eenzaam, verdrietig te zijn. De band met Jezus, met de Vader, met de Geest zal hun de kracht geven om hun werk te doen. Om te doen wat nodig is, ondanks alle obstakels en moeilijkheden.

Ook wij hebben te maken met veranderingen en uitdagingen. In een mum van tijd is ons leven grondig veranderd. Nu worden de genomen maatregelen stap voor stap teruggedraaid. Maar het leven zal niet zomaar het oude zijn, zoals het vóór de crisis was. Afstandsregels en mondmaskers, geen handen schudden, geen kussen op de wang, ze zullen niet snel verdwijnen. De toekomst blijft onzeker. En we moeten leven met deze onzekerheid. Maar in deze veranderingen zijn wij niet alleen. De band met Jezus, met de Vader, met de Geest geeft ons de kracht om de uitdagingen aan te gaan. Wij hoeven niet bang, eenzaam, verdrietig te zijn. De band met Jezus, met de Vader, met de Geest geeft ons de kracht om ons werk te doen. Om te doen wat nodig is, ondanks alle obstakels en moeilijkheden.

Wie is een held? Niet de mannen van Hősök tere, de gewapende strijders. Helden zijn de verpleegsters, dokters, supermarktmedewerkers die doen wat nodig is. Helden zijn ook wij, iedereen die doet wat nodig is in tijden van veranderingen en uitdagingen. En God geeft ons daarvoor de nodige kracht.

ds. Stefan Gradl

10/05/2020