• banner1

De goede herder

Het leed van de wereld is groot en van alle tijden. De coronapandemie springt daarbij vandaag het meest in het oog. Maar daarnaast zijn er nog vele andere ziekten. En ook nog veel andere bronnen van leed en gebrokenheid. Er zijn de oorlogen, vluchtelingenstromen, natuurrampen, dictatoriale regimes… er is de aantasting van het klimaat, de overbevolking, de wereldwijd ongelijke verdeling. Er is de druk op het vlechtwerk van economie en samenleving. Er is armoede, werkeloosheid, onrecht, eenzaamheid, psychisch lijden, enzovoort…

Kortom, het leed is niet weg te denken uit deze wereld en haar geschiedenis. En in verband met al dat leed en die gebrokenheid op aarde, klinken niet zelden de prangende vragen: waarom laat God dat allemaal toe? Is er van God wel sprake? En zo ja, waarom luistert Hij/Zij dan niet naar onze smeekbeden? Ons verlangen naar heelheid, recht en vrede?

De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets; Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij aan rustige wateren; Hij verkwikt mijn ziel. Hij leidt mij in de rechte sporen om zijns naams wil. Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij. Gij richt voor mij een dis aan, voor de ogen van wie mij benauwen; Gij zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over. Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven; ik zal in het huis van de Heer verblijven tot in lengte van dagen. – Psalm 23

Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen; maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht – en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen – want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte. Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder. - Johannes 10:11-16

Psalm 23 is de psalm over God als Herder en Hoeder en ook de gelijkenis uit het Johannesevangelie spreekt over de Goede Herder. En onmiddellijk stelt zich dan de kwestie: hoe verhouden zich al die genoemde dringende vragen tot die teksten? Hoe verhoudt zich het leed en het kwaad van de wereld met het bijbelse beeld over God als de Goede Herder? Als God goed is, waarom is er dan zoveel kwaad en ellende?

Nu, wie de kwestie zo stelt, gaat er vanuit dat de bijbelse verhalen over de Goede Herder om zo te zeggen glad gestreken verhalen zijn waarin geen enkele wanklank voorkomt. Dat het verhalen zijn die ons vertellen over een herder en gids die vredig en ongestoord met z’n kudde wandelt over groene weiden en langs vredige wateren, in een paradijselijke wereld waar enkel goed is en geen kwaad. Dat het verhalen zijn zonder wanklank, die enkel vertellen over de zorg van de Goede Herder voor zijn schapen. De zorg van de goede God voor Zijn schepping en schepselen.

En ja, daar gaan die verhalen van de Goede Herder zeker ook over. In de teksten die we lazen, Psalm 23 en de gelijkenis van de Goede Herder uit het Johannesevangelie, gaat het zeer zeker over groene graslanden, rustige wateren en vruchtbare weidegrond, beeld voor de nieuwe aarde van heelheid en volkomenheid; ook gaat het over de zorg van de Goede Herder voor zijn schapen, de zorg van de goede God voor ons.

Maar tegelijk gaat het over de onvolmaaktheid en gebrokenheid van ons bestaan. Die bijbelse teksten over de Goede herder zijn geen wereldvreemde sprookjes waaruit, voor de lieve vrede, alle leed en ellende is geschrapt.

In psalm 23 spreekt de psalmist immers niet alleen over God al zijn Herder en over grazige weiden en vredige wateren, maar ook over dalen van diepe duisternis. En in het evangelie schrijft Johannes niet alleen over Jezus als de Goede Herder en over vruchtbare weidegrond, maar ook over kwade herders, dieven, rovers en over wolven die z’n schapen willen verscheuren.

Kortom, de Bijbelschrijvers brengen ons zeer zeker de boodschap van een goede God die als een Goede Herder naar ons omkijkt en in wiens zorg wij van de wieg tot over het graf geborgen en bewaard zijn. Maar tegelijkertijd ontkennen zij de ellende en de gebrokenheid van ons bestaan niet.

Zoals gezegd: de psalmist begint zijn lied met de lofzang dat de Heer zijn Herder is, die hem laat rusten in groene weiden en hem voert langs vredige wateren. Maar dan vertelt hij ook over een dal van diepe duisternis en over vijanden die hem benauwden. Nu, of dat mensen waren die hem het leven moeilijk maakten of gedachten die hem kwelden of besmettelijke ziekte of wat dan ook, dat geeft hij niet nader aan, maar duidelijk is in ieder geval dat hij benauwenis kende, twijfel en onzekerheid, problemen en moeilijkheden, gebrokenheid en duisternis.

Daarbij is de boodschap van de psalmist dus niet: God zal je voor alle kwaad en rampspoed bewaren. God zal al je moeiten en problemen verhoeden. God zal voorkomen dat oorlogen uitbreken of dat pandemieën de wereld rondgaan of God zal tegengaan dat welke ellende dan ook je overkomt. Nee, dat zegt hij niet, maar hij zegt wel dat de mens er in dit leven en op deze aarde niet alleen voor staat. Hij ontkent wel dat de mensheid op deze planeet eenzaam en godverlaten is overgeleverd aan de grillen van het bestaan en de geschiedenis. Nee, zo schrijft hij: “Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij.”

En in het evangelie van Johannes zien we hetzelfde. In zijn evangelie horen we over Jezus als de Goede Herder die zijn schapen leidt en weidt, maar we horen ook over dreiging en gevaar.

De boodschap in deze teksten is dus niet dat de Goede Herder onze problemen voorkomt of ons voor alle gevaar en dreiging zal behoeden. Het godsbeeld in de Bijbel is niet dat van een tovenaar die de problemen voor ons met een almachtige vingerknip oplost. Maar de boodschap is wel dat God er altijd bij is, in vreugde maar ook in verdriet. Dat God in dit leven met ons meegaat zoals een Goede Herder met z’n kudde. Als een zorgzame Gids die z’n schapen nooit uit het oog verliest maar altijd nabij is, in goede én in kwade dagen. Op weg naar de vruchtbare groene weiden en vredige wateren van de nieuwe aarde, Gods betere wereld.

ds. Ernst Veen

03/05/2020