• banner1

Veranderen

De Heer zei tegen Mozes: 'Ik zal de farao en Egypte met nog één plaag treffen, daarna zal hij jullie laten gaan. Hij zal jullie zelfs hete land uit jagen, niemand uitgezonderd. Zeg tegen het volk dat iedereen zilveren en gouden sieraden aan zijn buren moet vragen, de mannen aan hun buurman, de vrouwen aan hun buurvrouw.' De Heer zorgde ervoor dat de Egyptenaren het volk goedgezind waren. Mozes stond zelfs in hoog aanzien bij de hovelingen en bij het Egyptische volk. Toen zei Mozes tegen de farao: 'Dit zegt de Heer: Tegen middernacht zal ik rondgaan door Egypte, en dan zullen alle eerstgeborenen in het land sterven, van de eerstgeborene van de farao, zijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de slavin die de handmolen bedient, en ook al het eerstgeboren vee. Overal in Egypte zal luid gejammerd worden, zo luid als men nog nooit heeft gehoord en ook nooit meer horen zal. Maar van de Israëlieten zal niemand een haar gekrenkt worden, en ook hun vee zal niets overkomen. Dat zal u doen beseffen dat de Heer onderscheid maakt tussen Egypte en Israël. Al deze hovelingen hier zullen naar mij toe komen en mij op hun knieën smeken om dit land te verlaten en mijn hele volk mee te nemen. en dat zal ik ook doen. ' Hierop verliet Mozes woedend het paleis. - Exodus 11:1-8

Ik wou een andere preek schrijven, niet deze preek. Ik wou over een andere tekst preken, niet over deze tekst. Niet over het verhaal van de tiende en laatste plaag die God de Egyptenaren stuurt. Na water dat in bloed verandert, kikkers, muggen, steekvliegen, veepest, zweren, hagel, sprinkhanen en een zonsverduistering, volgt nu de tiende, de ultieme plaag: de dood van alle eerstgeborenen in heel Egypte. Mens en vee worden getroffen, klein en groot, arm en rijk, van de boer aan de Nijl tot de zoon van de farao in het paleis.

Het is een tekst om ervan te gruwelen. Hij schetst een God die dodelijk is. Een wrede God die de dood brengt aan de Egyptenaren. Je krijgt er rillingen van.

In het Nederlandse leesrooster waaraan ook wij in Vlaanderen ons oriënteren, is deze tekst op zondag 5 april 2020 voorzien als alternatieve tekst. Je kúnt hem kiezen, maar je hoeft hem niet te kiezen. Ik wou over een andere tekst preken, niet over dit gruwelijke verhaal. En dan nog uitgerekend in deze tijd. Toen men in Nederland dit alternatieve leesrooster verzon, was corona nog volledig onbekend. Maar nu lijkt - op het eerste gezicht - deze tekst bij onze situatie te passen: een dodelijk plaag in Egypte toen, een dodelijke plaag bij ons en in andere landen vandaag. Maar dat past alleen op het eerste gezicht bij elkaar, want wat moeten we dan uit dit verhaal leren? Dat God corona heeft gestuurd als straf voor onze zonden? Dat God een virus stuurt om ons tot inkeer te brengen? Ik vind dat onzin.

Ik wou een andere preek schrijven, niet déze preek. Ik wou over een andere tekst preken, niet over deze tekst. Hij staat zo ver van ons af, hij is zo vreemd. Maar deze tekst bleef me intrigeren. Ik kon niet anders dan erover na te denken. Het is een raar verhaal, maar we leven ook in een rare tijd. Past dat verhaal toch bij ons? Kan het ons iets vertellen waar we mee verder kunnen?

Dit verhaal begrijp je alleen maar als je het goede perspectief kiest. Je begrijpt het niet als je het leest vanuit een Belgisch perspectief in het jaar 2020. Dit verhaal is geschreven dóór Israëlieten; dit verhaal is geschreven vóór Israëlieten. En als je dat begrijpt, verandert het verhaal van karakter. Het is geen verhaal van dood, maar van bevrijding. Het is geen verhaal van zonde en straf, maar van redding.

De Israëlieten worden in Egypte verdrukt. Ze zijn slaven. Hun leven is niets waard, ze tellen niet mee. God ziet hun nood, God hoort hun klacht. Hij leeft met hun mee. En hij komt voor ze op. Hij neemt het op tegen de verdrukkers van zijn volk. Zijn mensen zijn niet zonder hulp, Hij schiet hun te hulp. God staat aan de kant van zijn volk, van zijn mensen. Hij staat aan de kant van de verdrukten en de zwakken. Hij komt voor ze op. Het verhaal van de tiende plaag wil geen wrede God schetsen die zonder mededogen mensen doodt. Het verhaal wil een God schetsen die zijn geliefde mensen beschermt, koste wat kost.

Eigenlijk wil dit verhaal troosten. God ziet je nood, God hoort je klacht. Je bent niet alleen. God staat aan jouw kant.

Je kunt een lijn trekken van dit verhaal naar Pasen. Ook Pasen laat zien aan welke kant God staat. Hij staat niet aan de kant van de verdrukkers en de machthebbers. Hij staat aan de kant van de slachtoffers, de verdrukten, de mensen in nood. God staat aan de kant van de mens. Hij is een God van de levenden en van het leven.

Nog iets anders valt me op. Een heel ander punt. We hebben in deze Bijbeltekst alleen over de tiende plaag gelezen. Negen andere gingen daaraan vooraf. En geen van de tien plagen stuurt God als een straf. Tien keer wordt een verhaal verteld met steeds dezelfde structuur:

Mozes en zijn broer Aäron gaan naar de farao en brengen Gods boodschap over: 'Laat mijn volk gaan!' Tien keer reageert de farao met verzet: het volk mag niet gaan. Tien keer volgt daarop een plaag. Hoe langer, hoe meer begint de farao te aarzelen en te twijfelen of hij toch niet moet toegeven. Maar steeds, wanneer de plaag voorbij is, komt het verzet terug. Alles blijft bij het oude. Niets verandert.

Steeds is het hetzelfde: een appèl van God om te veranderen, het verzet daartegen, een plaag, misschien een korte aarzeling, maar uiteindelijk weer het verzet tegen Gods appèl en de weigering om te veranderen.

Het verhaal van de tien plagen is niet alleen een verhaal over bescherming, bevrijding en redding. Het is ook een verhaal over een appèl tot verandering en het mislukken van die verandering.

God heeft corona niet gestuurd. Niet als straf voor onze zonden, ook niet om ons te doen schrikken en tot ommekeer te bewegen. Maar ik vraag me wel af hoe het zal zijn ná deze crisis. Zullen we terugkerken naar ons leven zoals het vroeger was? Of zal het anders zijn? Zullen wíj anders zijn? Zullen wij veranderen?

In deze crisis verschuiven waarden en prioriteiten. Het maatschappelijke aanzien van het personeel van de supermarkten was tot nu toe niet hoog, nu beseffen we dat het zonder hen niet kan. Voor mensen in de zorg hadden we in het verleden niet veel geld over, nu applaudisseren we voor hen en zijn we blij dat ze er zijn.

Een vriendin zei tegen mij: 'In mijn vrije tijd zie ik bijna geen mensen. Ik kan nergens heen. Ik wordt teruggeworpen op mezelf. Ik denk nu veel meer na over het leven.'

Zal het anders zijn? Zullen wíj anders zijn? Zullen wij veranderen? Zullen onze waarden en prioriteiten door deze crisis verschuiven? Zullen we minder gehecht zijn aan consumptie, reizen en bezit? Nu zijn we vaak min of meer opgesloten, missen de menselijke contacten. Zullen we daardoor leren hoe belangrijk deze contacten voor ons zijn, hoe belangrijk andere mensen voor ons zijn? Zullen we op een andere manier omgaan met deze kwetsbare aarde, onze schepping?

Veranderen is ontzettend moeilijk. Niet alleen voor de farao, ook voor ons. Trouwens, zelfs voor de Israëlieten.

Binnenkort, na de uittocht, na de bevrijding, zullen ze op bepaalde momenten terug willen naar de farao en de vleespotten van Egypte. In Egypte werden ze verdrukt en waren ze slaven, maar dat kénden ze, dat waren ze gewoon. Maar veranderingen... veranderingen zijn moeilijk.

Hoe zal het zijn na deze crisis? Zal het anders zijn? Zullen wij anders zijn? Zullen wij veranderen?

Amen.

Ds. Stefan Gradl

05/04/2020