• banner1

Ontmoeting aan de bron: over lente, dood en levend water

Het is een wat vreemd contrast. Buiten is de lucht strakblauw, in het parkje achter 'mijn' appartementenblok zijn de vogels om het hardst aan het zingen en hier bij mij buiten staan twee kisten met plantjes klaar om mijn nu nog kale terras om te toveren tot een lusthofje. Alles rondom ons roept 'leven'. Tegelijk schrijf ik deze woorden omdat we op dit moment niet naar de kerk kunnen. Omdat het land gedeeltelijk op slot zit om het Coronavirus - ofwel: ziekte en dood - een halt toe te roepen.

Op het leesrooster voor zondag 15 maart 2020 staat het verhaal van de ontmoeting van Jezus met een naamloze Samaritaanse vrouw bij de bron van Jacob, aan de rand van de stad Sichar (lees Johannes 4:1-42Overdenking Ontmoeting ad bron illustratie bijbeltekst op DeBijbel.be). Jezus zit bij de bron omdat hij vermoeid is van de reis van Jeruzalem in het zuiden naar Galilea in het noorden. Dan komt daar die Samaritaanse vrouw. Jezus vraagt haar te drinken. Om twee redenen een ongebruikelijke vraag. Ten eerste spreekt een fatsoenlijke man in de Midden-Oosterse oudheid toch niet zomaar een vreemde vrouw aan. Ten tweede was Jezus een Jood, en voor Joden waren Samaritanen maar verdacht volk, een soort halve heidenen. Joden gebruiken daarom niets samen met Samaritanen, zoals er letterlijk staat in het verhaal. De vrouw wijst Jezus hier ook direct op, en dan volgt er een gesprek waarin Jezus spreekt over levend water, dat hij haar kan geven. Uiteindelijk herkent de vrouw hem als de Messias, de grote leraar die vanouds verwacht wordt. En dan rent ze terug naar de stad, vol enthousiasme. Met dat enthousiasme steekt ze de mensen in de stad aan. De vrouw wordt als het ware een apostel naar de mensen van de stad Sichar. Veel mensen uit die stad, zo zegt het verhaal, komen tot geloof. De muur tussen Joden en Samaritanen - of toch minstens die tussen de Jood Jezus en de Samaritanen van Sichar - die valt met donderend geraas om. Door het enthousiasme van een Samaritaanse vrouw die water kwam halen en toen zomaar werd aangesproken door een vreemde Joodse man.

Waar mensen enthousiast worden - het woord komt letterlijk van het Grieks voor 'in God zijn' - daar kunnen muren tussen mensen zomaar omvallen. Daarmee zegt het verhaal ook: tot de weg van Jezus worden niet alleen zijn eigen volksgenoten geroepen, maar ook mensen die gezien worden als halve heidenen; mensen waarop neergekeken wordt. De hoop die Jezus brengt, is universeel. Dat is de hoop dat we niet gedoemd zijn tot een zinloos bestaan, maar dat het ánders kan in ons samen-leven in deze wereld. Dat vraagt wél om een ommekeer in de manier waarop we als mensen zo vaak met elkaar omgaan. Het gaan van de weg van Jezus is niet te verenigen met het uitsluiten van mensen, met het wegzetten van mensen als 'minder' dan wijzelf. Daar waar mensen elkaar niet meer uitsluiten maar elkaar werkelijk ontmoeten, worden vooroordelen afgebroken. Waar mensen elkaar letterlijk in het gelaat zien - in de woorden van de Joodse filosoof Emmanuel Levinas - daar ontstaat broederschap en zusterschap. Of dat nu is tussen Joden en Samaritanen, tussen vrouwen en mannen, tussen zwarte en witte mensen, tussen geboren Belgen en migranten. Daar kunnen vreemdelingen zomaar tot geliefde bekenden worden.

Overdenking Ontmoeting ad bron gebedAan de bron van Jacob biedt Jezus ons levend water aan: het levende water van de hoop. Van die hoop dat het ánders kan in ons samen-leven. Wie leeft vanuit die hoop, die krijgt een andere kijk op de wereld. Geen wij tegenover zij, maar wij samen - met alle verschillen die er tussen mensen zijn. Wie het levende water van die hoop tot zich neemt, zal ook zelf een bron worden. Met andere woorden: die kan anderen ook daarmee aansteken. Hoop kan net zo aanstekelijk werken als het meest besmettelijke virus. Als ik zie wat er in deze tijd van Corona-crisis al gebeurt tussen mensen, geeft me dat ook hoop. Buren die elkaar hulp aanbieden, mensen die creatieve manieren vinden om contact met elkaar te houden, solidariteit met elkaar als samenleving. Ik zou daarover willen zeggen: houd elkaar vast, en houd elkaar in de gaten. Spring in als je buur dat nodig heeft. Of als je zelf hulp nodig hebt: wees niet bang om het te vragen. Kijk of ga ook af en toe eens naar buiten als het weer het toelaat: want ondanks alles is dit de tijd bij uitstek dat de natuur weer tot leven komt. Het is echt niet voor niets dat we Pasen juist in deze tijd van het jaar vieren.

Jezus van Nazareth, Jezus Christus, biedt ook ons het levende water aan van de hoop dat het ánders kan. Zoals hij zelf in het evangelieverhaal de eerste stap doet naar de vrouw aan de bron, zo nodigt hij ook ons uit tot dat levende water van de hoop. En zo mogen we dat levende water ook aan elkaar doorgeven. Het water van de hoop op een wereld zonder muren tussen mensen of tussen wat dan ook. Het levende water van de hoop op een wereld waarin mensen geen vreemdelingen zijn voor elkaar, maar elkaar ontmoeten en naar elkaar omzien als zusters en broeders. Het levende water van een nieuwe kijk op onze wereld. Moge het zo zijn!

Heleen Ransijn

15 maart 2020