• banner1

Er was eens... Job Job - Gustave Doré

Er was eens in het land Uz, een man die Job heette.

Zo begint het.

De komende zondagen deze maand, lezen we uit het boek Job. Er was eens.. zo herinneren velen van ons het begin van een sprookje. Job is geen sprookje, maar een parabel. Een verhaal, een tekst, vergelijkbaar met de gelijkenissen die we in het Evangelie vinden.

De naam Job komt in de Bijbel nog voor bij Ezechiël die hem samen met Noach en Daniël noemt als mannen die ‘zichzelf door hun gerechtigheid zouden kunnen redden’ (Ez. 14:14). Indrukwekkend.

Uit het land Uz. Uit het oosten dus, net als Abraham. Job verliest zijn bezit en kinderen, zijn gezondheid, zo goed als alles… Waarom?

Een gelijkenis is een tekst die als een spiegel voor onze neus gehouden wordt: denk niet dat het niet over jou gaat. Maar wie van ons zou reageren als Job: De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen (Job 1: 21)...? Wie van ons accepteert de gedachte dat God satan zijn gang laat gaan? Wie van ons begrijpt wat Jobs vrienden hem subtiel en soms minder subtiel willen doen geloven? Er moet wel iets zijn wat je verkeerd deed! Ze zeggen veel meer dan dat, maar hier komt het op neer. Ze proberen hem te overtuigen niet enkel te accepteren wat hem overkomt, maar ook boete te doen. Want niets is zonder reden.

En Job, hij protesteert. Hij zoekt verantwoording van God: waarom? En misschien kunnen we ons daar wel iets bij voorstellen. Job vervloekt zelfs zijn geboortedag (Job 3:3). Dat is aangrijpend. Het boek Job zoekt geen verklaring voor het lijden, die komt er niet. Het is het verhaal van een kwetsbaar mens die zich tot de Heer richt.

Het boek eindigt – uiteindelijk – met de ontmoeting tussen Job en zijn Heer, waar deze man hoofdstukken lang op had gehoopt.

Het is een indrukwekkende tekst met prachtige poëtische passages. Het is geen tekst die je zomaar even leest, zonder op je te laten inwerken. Hij vergt veel van je.

Slechts van horen zeggen had ik van U gehoord, maar nu heeft mijn oog U gezien. (Job 42:5)

Neen, het gaat niet om een verklaring te zoeken - laat staan te vinden - voor het lijden, de gebrokenheid en kwetsbaarheid van elke mens. Hoe diep Job ook geschonden werd, hij laat zijn Heer niet los.

Het gaat om dit ene vers, lijkt me. Is je vertrouwen gebaseerd op ‘van horen zeggen’ en wat betekent dat dan voor je geloof?  Zal je dan niet zo spreken als zijn vrienden: afstandelijk, logisch, een geloof van ‘horen zeggen’…of is geloof gebaseerd op een intense en doorleefde ontmoeting met je Heer: mijn oog heeft U gezien’?

Zo eindigen we, net voor de zomer…

Zoveel liederen zijn er niet te vinden in ons liedboek die bij de tekst van Job zijn geschreven. Enkel Lied 850, ons onbekend,  maar misschien wel mooi om de komende weken aan te leren.

Een tekst die de klacht van Job mooi verwoordt vinden we in Lied 945: Ja, het liefst zou ook ik, als die andere drammers, God tot ingrijpen dwingen met al die almacht van Hem.

Een lied dat me steeds voor ogen of beter oren staat wanneer ik denk aan Job, is de hymne van William Cowper (Lied 943), met die indrukwekkende tekst: God gaat zijn ongekende gang, vol donkere majesteit; …hoe blind vanuit zichzelve is het menselijk gezicht. Godzelf vertaalt de duisternis in eindelijk eeuwig licht.

Ds. E. Delen

De Ring, juni 2018.