• banner1

Gideon

Ik zal je zeggen wie er met je mee moeten gaan en wie niet. (Rechters 7:4)

Ieder van ons kent het verhaal van Gideon. Hij trekt ten strijde met mensen die God voor hem uitkoos. Een strijd met een fakkel in de ene hand en een kruik in de andere. Hij roept, en tovert daarmee de lezer een glimlach op het gezicht: te zwaard voor de Heer…!

Een Gideonsbende, uitgekozen om God te eren, klein maar dapper. Driehonderd man die het water met hun tong oplikten staan de angstige Gideon bij, tegen een overdonderende overmacht. Met fakkel en kruik, met lawaai in de nacht, behaalt hij de overwinning.

Een Gideonsbende, dat bleek de identiteit te zijn van vele kleine reformatorische kerken doorheen de eeuwen. Ze voerden Gods strijd in een voor hen vijandige omgeving, klein maar dapper.

Er lijkt niet veel gewijzigd vandaag voor onze kerken, klein, bang misschien voor de grote overmacht. Een overmacht vandaag van onverschilligheid. Niet het zelfzekere atheïsme voert het hoogste woord, maar een apatheïsme, mensen weten zelfs niet meer waarover het gaat. Ze zien de Gideonsbende aan zich voorbijtrekken en denken: wat was dat nu ook al weer?

Trots, dat was voor de kleine reformatorische gemeenten de aanleiding om zich te vereenzelvigen met dit bijzondere beeld. Trots op hun vertrouwen in Gods Woord; ze wisten zich gekozen door God om zijn Naam hoog te houden.

Gelovigen en kerken vinden hun identiteit niet zelden in het besef aan de marge van de samenleving te staan en zo hun identiteit te zoeken in verzet. Verzet tegen de onverschilligheid, verzet tegen het leegmaken van Gods Naam, verzet tegen een cultuur die los leeft van God. Sommige kerken vinden vandaag, nog steeds, de zin van hun bestaan in een resistance-identity. We houden de lofzang hoog tegen al wat hem wil doen verstommen.

De vraag is of dit gezond is. God koos die driehonderd mannen niet omwille van hun verdienste. De kunst om met je mond water op te likken is bezwaarlijk iets waar je trots op kunt zijn. Daar ging het niet om.

Het ging om God. Het is God die bevrijdt. Daar ligt onze identiteit. Het is God die de kerk leidt, en niet een Gideonsbende, hoe klein en dapper ook. Het is Gods kerk en niet die van Gideon en zijn bende.

Dat is misschien vroom gezegd, maar dat mag ons bevrijden van angst, onzekerheid, bitterheid, zelfs onverschilligheid.

Wat mij inspireerde in deze tekst, is de humor. Gods humor.

Wie wil er nu met mannen die drinken als honden de strijd voeren?

Niemand, behalve God.

Een resistance-identity die haar kracht en bron vindt in haar apartheid, haar verzet tegen een Godloze cultuur is aantrekkelijk, begrijpelijk maar ook gevaarlijk. Aantrekkelijk omdat ze als kerk haar wortels, haar born serieus neemt, vasthoudt aan Gods Woord in een wereld die blind, doof en verlamd lijkt te strompelen in de duisternis. Ze is rooted, ze voedt zich aan de bron, als een boom geplant aan stromend water. Maar ze zal zich verliezen in gevaarlijke radicaliteit wanneer ze niet connected blijft met de universele belofte van Gods Woord, een belofte die voor ieder mens geldt. En dat zien we vandaag te dikwijls gebeuren om ons heen wanneer religieuze groepen hun identiteit in apartheid, in radicaliteit zoeken.

Dat God, de Heer van onze kerk ons daarvan mag behoeden. Zijn Woord is gesproken en geschreven voor iedereen, want in Christus zijn er geen Joden of Grieken meer... u bent allen één in Christus (Gal. 3:2). Zijn Woord is universeel. De uitdaging als kerk vandaag is sporen van God te zoeken waar wij ze nooit zouden vermoeden. Hem te eren is beseffen dat Hij groter is dan onze gemeenschap, dat Hij onze grenzen overschrijdt, dat zijn liefde verder reikt dan ons begrip, dat zijn licht verder, dieper en hoger schijnt dan onze blik.

En dat Hij af en toe vraagt aan de gemeente, zijn kerk die Hij koos, om met humor aanwezig te zijn.

Het zou mooi zijn mocht zijn kerk de strijd voeren met een fakkel en een kruik, met een glimlach op het gezicht, en niet met een kramp van ingehouden frustratie of woede.

Het zou mooi zijn mocht de kerk de plaats van de nar innemen. Hij was de profeet die de vrijheid had zelfs het hoogste gezag met een glimlach belachelijk te maken en hem of haar zo te wijzen op zijn tekortkomingen.

Wat Gideon en zijn bende kenmerkte is Gods humor.

Ds. Edwin Delen

De Ring, mei 2017