• banner1

De tekst van de prediking kunt u opvragen bij de predikant.

Geef nooit op

Je kunt je als mens zo klein voelen als je denkt aan alle problemen waar de wereld mee te kampen heeft. En dan denk ik niet eens in de eerste plaats aan de coronapandemie, hoe vaak die ook in het nieuws komt. De klimaatcrisis is misschien nog wel ingrijpender - niet voor niets staat de hele komende maand in het teken van het behoud van de Schepping. Maar ook de alternatieve waarheden van de politici die zich aan de wil van het volk weinig gelegen laten liggen - denk aan Wit-Rusland -, het politiegeweld in binnen- en buitenland, het gebrek aan respect voor mensen met een andere huidskleur, de zinloze rellen de afgelopen dagen in de Verenigde Staten, Nederland, Frankrijk en België, de migranten die nog steeds verdrinken in de Middellandse Zee tijdens hun vlucht voor armoede en geweld en het natuurgeweld dat telkens weer slachtoffers eist, denk aan de overstromingen in centraal China die 2,2 miljoen mensen uit hun huizen verdreven en minstens 141 slachtoffers eisten en de orkaan Laura die van de week al 4 dodelijke slachtoffers maakte in Louisiana. Je zou er moedeloos van worden.

Geen wonder dat sommige mensen besluiten om zich af te sluiten voor de wereld om zich heen en geen journaals meer te bezien en geen kranten meer te lezen. Maar daar gaat het kwaad in de wereld niet mee weg. Want als we één ding uit de Bijbel kunnen leren, dan is het wel dat dat allemaal dingen zijn die ingaan tegen wat God met Zijn schepping heeft bedoeld. Waar Hij orde aanbracht en alles zijn vaste plek toewees, daar zijn allerlei krachten losgeslagen en tasten het leven aan dat God creëerde. Chaosmachten die hun best doen om alles in het honderd te laten lopen. En ja, daar spelen mensen soms een rol in mee, als ze alleen hun eigen belang of hun eigen gemak hun daden laten bepalen in plaats van hart te hebben voor anderen. Maar al het andere, al die levensbedreigende ziekten en het natuurgeweld, schaart de Bijbel onder de demonen, de chaosgeesten die vijandig staan tegenover de Heer en Zijn schepselen.

Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’ Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’ Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen. Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’ - Matteüs 17:14-20

Eén van die chaosgeesten die vijandig staan tegenover de Heer en Zijn schepselen, komen we in bovenstaande evangelielezing tegen. Hij brengt het leven van een jongen in gevaar door hem in het vuur of in het water te laten vallen - het doet denken aan een vorm van epilepsie. Maar als je dat zo zegt, dan misken je dat wat de Bijbel centraal wil stellen: dat het er niet om gaat een medisch correcte diagnose te stellen, maar dat we hier te maken hebben met een anti-goddelijke macht die het leven ontwricht en de wereld op zijn kop zet. Iets waarvoor in Gods schepping geen plaats kan zijn. Maar wat kun je daaraan doen? Wij zien de leerlingen van Jezus die al even machteloos staan als wijzelf met het oog op al die chaos die de wereld beheerst. Als dat de manier is waarop de wereld in elkaar zit, waar blijf je dan met geloof en hoop en liefde? Dan is alles toch zinloos?

Maar dat is niet de boodschap van onze schriftlezing. Integendeel. De leerlingen - en het is alsof Matteüs ons wil zeggen: pas op dat deze woorden ook op jullie betrekking hebben - krijgen het verwijt dat ze ongelovig zijn en dwars. Ze leggen er zich te gemakkelijk bij neer dat het toch niet zal lukken. En vooral: ze vertrouwen te weinig op God. Dat blijkt uit een vers dat we hier niet gelezen hebben. Het stond er waarschijnlijk in de oorspronkelijke Matteüstekst niet bij en is vanuit het Marcusevangelie toegevoegd door een overschrijver die het hier miste: ‘Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.’ De discipelen geven zo vroeg op omdat ze hun eigen onmacht maar al te goed beseffen. Maar ze vergeten daarbij dat niet alles van hen afhangt. Waar hun krachten tekort schieten om het tegen alle kwaad en onrecht op de wereld op te nemen, daar is er nog Iemand die kan helpen: Degene die vanaf het begin een schepping voor ogen heeft gehad waar het goed leven zou zijn en waar iedereen tot zijn recht zou komen. We moeten ons niet zo gemakkelijk uit het veld laten slaan door alles wat er scheef loopt in de wereld. We mogen blijven vertrouwen dat al die chaosmachten uiteindelijk niet de overhand zullen krijgen, omdat er een God is die iets beters voor heeft, met ons en met de wereld. Meer is er niet nodig.

Een beetje geloof - als een mosterdzaadje zo klein, zegt Jezus - kan bergen verzetten. En dat is dan ook de boodschap waar onze lezing mee besluit. Jezus predikt geen berusting in het onvermijdelijke; we moeten ons niet zomaar neerleggen bij alles wat er in de wereld tegen Gods wil is. We mogen daar de strijd mee aanbinden, zo zwak en kwetsbaar als we zijn, in de overtuiging dat we een machtig bondgenoot hebben in de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft. ‘Niets zal voor jullie dan onmogelijk zijn,’ wordt ook ons dan toegezegd.

Maar wat betekent dat nu concreet? Moeten we ook in Vlaanderen aan duiveluitdrijving gaan doen, zoals de groep ‘De laatste reformatie’ dat al sinds enige tijd op een christelijke camping in Nederland in praktijk brengt? Of hebben de gedragswetenschappers gelijk die dat als kindermishandeling bestempelen en wettelijk willen laten verbieden?

In onze traditionele kerken zie ik het nog niet zo gauw gebeuren dat we diensten zouden organiseren waar aan exorcisme wordt gedaan. En misschien is dat maar goed ook. Want het zou er ons blind voor kunnen maken dat het kwaad niet zo duidelijk aanwijsbaar is als we graag zouden willen. In Middeleeuwse kathedralen werd er soms, ergens achteraf, een duivelsfiguurtje uitgehouwen in een zuil. Dan wist je waar hij zat en hoefde je niet bang te zijn dat hij ergens anders zou opduiken. Maar in onze wereld zijn er overal voorbeelden van zijn aanwezigheid, overal waar Gods schepping wordt bedreigd en het leven onder druk komt te staan. Het is onze roeping als volgelingen van Christus om daartegen te strijden. Allereerst tegen het kwaad binnen in onszelf, onze neiging om ons er te gemakkelijk van af te maken, ons gebrek aan geloof dat het echt anders kan. Maar dan ook tegen al die dingen die in strijd zijn met Gods bedoelingen, zelfs als het effect niet meer lijkt te zijn dan een druppel op een hete plaat.

Want er is maar een klein begin nodig. Een mosterdzaadje, zegt Jezus. Zo’n klein begin van leven, dat uitgroeit tot een boom die het verschil maakt. Die beschutting biedt tegen de zon en een plek om te wonen voor de vogels. Maar het belangrijkste in het hele verhaal, is dat we mogen vertrouwen dat we het niet alleen hoeven te doen. We hebben een Bondgenoot in die God die hemel en aarde gemaakt heeft om daar leven mogelijk te maken. En we zijn leerlingen en volgelingen van een Heer die de strijd met dood en duivel ten einde toe heeft uitgevochten - niet door allerlei machtsvertoon en gewelddadig protest, maar door zichzelf te geven aan het kruis. Dat is de context van bovenstaande schriftlezing: de aankondiging van die offerdood die voorgoed alles anders heeft gemaakt. Dat wijst ons er op dat Hij juist in Zijn kwetsbaarheid en machteloosheid de boze heeft ontmaskerd en verslagen, en dat ook wij in al onze kwetsbaarheid en onmacht niet door God zullen worden losgelaten als we Zijn weg gaan. Als we in verbondenheid met Hem de demonen de wacht aanzeggen om die God van licht en leven te dienen. ‘Niets zal dan voor jullie onmogelijk zijn,’ zegt Jezus ons.

ds Jelle Brouwer

30/08/2020